Geen passiefpost voor kosten die niet betaald worden

Volgens de Hoge Raad is de vorming van een voorziening mogelijk voor toekomstige uitgaven die hun oorsprong vinden in feiten of omstandigheden, die zich in de periode voor de balansdatum hebben voorgedaan en die aan deze periode kunnen worden toegerekend, mits er een redelijke mate van zekerheid is dat de uitgaven gedaan worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de toestand op de balansdatum. Ook als deze toestand op de balansdatum pas later bekend is geworden, is vorming van een voorziening mogelijk.

 

Een BV voldeed niet aan een contractuele verplichting tot levering van een productielijn. De vraag was of de BV op de slotbalans van dat jaar een voorziening mocht vormen voor de schadevergoeding. De inspecteur betwistte dat op de balansdatum voldoende zeker was dat de opdrachtgever een claim wegens wanprestatie zou indienen bij de BV. Het Hof vond aannemelijk dat op de balansdatum een behoorlijke kans bestond dat de BV zou worden aangesproken op grond van wanprestatie en dat die aanspraak in ieder geval gedeeltelijk terecht zou blijken te zijn. De BV mocht een voorziening vormen.

Het hof meende dat de vorming van een voorziening ten laste van de winst niet wordt verhinderd door de omstandigheid dat de BV wegens faillissement geen schadevergoeding zou betalen.

 

De Hoge Raad oordeelt anders. Het is niet in overeenstemming met goed koopmansgebruik om een voorziening te vormen voor kosten waarvan zo goed als zeker is dat ze nooit zullen worden betaald.

Daarnaast speelde de vraag tot welk bedrag een voorziening gevormd kon worden. Per ultimo 2001 overtrof het bedrag van de gedeclareerde termijnen de aan het onderhanden werk toe te rekenen kosten met een bedrag van € 2 miljoen. Op de balans was dat bedrag als passiefpost opgenomen. Daarnaast was er een vordering van ruim € 1,2 miljoen op de opdrachtgever die niet in het onderhanden werk was opgenomen. Het hof was van oordeel dat deze bedragen niet in mindering moesten worden gebracht op een te vormen voorziening voor de schadevergoeding die wellicht aan de opdrachtgever betaald moest worden.

Omdat de uitgaven waarvoor de BV een voorziening wilde vormen betrekking hadden op de productie van het onderhanden werk, dienden de hiervoor bedoelde bedragen volgens de Hoge Raad wel in mindering te komen op een te vormen voorziening. De Hoge Raad is van oordeel dat hof had miskend dat de claim verband hield met een lopend project, zodat sprake was van waardering van een onderhanden werk. Bij de waardering van een onderhanden werk kan slechts verlies worden genomen als het project als geheel tot een voorgecalculeerd verlies zal leiden.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Volgens de Hoge Raad is de vorming van een voorziening mogelijk voor toekomstige uitgaven die hun oorsprong vinden in feiten of omstandigheden, die zich in de periode voor de balansdatum hebben voorgedaan en die aan deze periode kunnen worden toegerekend, mits er een redelijke mate van zekerheid is dat de uitgaven gedaan worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de toestand op de balansdatum. Ook als deze toestand op de balansdatum pas later bekend is geworden, is vorming van een voorziening mogelijk. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">&nbsp;</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een BV voldeed niet aan een contractuele verplichting tot levering van een productielijn. De vraag was of de BV op de slotbalans van dat jaar een voorziening mocht vormen voor de schadevergoeding. De inspecteur betwistte dat op de balansdatum voldoende zeker was dat de opdrachtgever een claim wegens wanprestatie zou indienen bij de BV. Het Hof vond aannemelijk dat op de balansdatum een behoorlijke kans bestond dat de BV zou worden aangesproken op grond van wanprestatie en dat die aanspraak in ieder geval gedeeltelijk terecht zou blijken te zijn. De BV mocht een voorziening vormen. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Het hof meende dat de vorming van een voorziening ten laste van de winst niet wordt verhinderd door de omstandigheid dat de BV wegens faillissement geen schadevergoeding zou betalen. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">&nbsp;</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De Hoge Raad oordeelt anders. Het is niet in overeenstemming met goed koopmansgebruik om een voorziening te vormen voor kosten waarvan zo goed als zeker is dat ze nooit zullen worden betaald.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Daarnaast speelde de vraag tot welk bedrag een voorziening gevormd kon worden. Per ultimo 2001 overtrof het bedrag van de gedeclareerde termijnen de aan het onderhanden werk toe te rekenen kosten met een bedrag van € 2 miljoen. Op de balans was dat bedrag als passiefpost opgenomen. Daarnaast was er een vordering van ruim € 1,2 miljoen op de opdrachtgever die niet in het onderhanden werk was opgenomen. Het hof was van oordeel dat deze bedragen niet in mindering moesten worden gebracht op een te vormen voorziening voor de schadevergoeding die wellicht aan de opdrachtgever betaald moest worden. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Omdat de uitgaven waarvoor de BV een voorziening wilde vormen betrekking hadden op de productie van het onderhanden werk, dienden de hiervoor bedoelde bedragen volgens de Hoge Raad wel in mindering te komen op een te vormen voorziening. De Hoge Raad is van oordeel dat hof had miskend dat de claim verband hield met een lopend project, zodat sprake was van waardering van een onderhanden werk. Bij de waardering van een onderhanden werk kan slechts verlies worden genomen als het project als geheel tot een voorgecalculeerd verlies zal leiden.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u