
In de arbeidsovereenkomst van een werknemer was een geheimhoudingsbeding opgenomen, dat inhield dat de werknemer geen mededelingen mocht doen over het bedrijf van zijn werkgever. Overtreding van deze bepaling zou een dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren.
Met een beroep op overtreding van de geheimhoudingsbepaling wilde de werkgever een werknemer ontslaan. De werknemer had een bijeenkomst met het hele personeel opgenomen op zijn mobiele telefoon. In deze bijeenkomst werd door de directie een reorganisatie aangekondigd, waarbij 10 mensen hun baan zouden verliezen. De werknemer was een van deze 10. Hij deelde kopieën van de opname uit aan de andere betrokkenen. Een van hen verstrekte de opname aan de pers. Volgens de kantonrechter stond niet vast dat de werknemer die de opname had gemaakt degene was die deze had doorgespeeld aan de pers. Het maken van de opname zelf was niet in strijd met het geheimhoudingsbeding. Er was daarom geen reden voor ontslag wegens een dringende reden. Wel stond vast dat partijen niet meer met elkaar konden samenwerken. De kantonrechter vond de veranderingen in de omstandigheden van dien aard dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 november 2009 moest worden ontbonden. Gelet op de duur van zijn dienstverband en zijn leeftijd had de werknemer recht op een vergoeding van twee maandsalarissen.