Geen optieregeling maar koop van aandelen
Het verstrekken van optierechten op aandelen aan werknemers is een vorm van loon. In een procedure over het jaar 1999 was in geschil of de door een werkgever verstrekte optierechten al in 1997 onvoorwaardelijk waren toegekend of pas in 1999. Het tijdstip van onvoorwaardelijke toekenning was bepalend voor de heffing van loonbelasting.
Volgens de belastingdienst was er geen sprake van een aanbod en aanvaarding van optierechten in 1997.
De rechtbank was van oordeel dat voor een aanbod om optierechten toe te kennen meer nodig is dan de goedkeuring van de vergadering van aandeelhouders om een optieregeling op te stellen. Een aanbod aan de werknemers was in ieder geval in 1997 niet gedaan.
Volgens de rechtbank waren ook in 1999 geen optierechten toegekend, maar was er in 1999 een overeenkomst gesloten om aandelen te leveren. De werknemers ontvingen namelijk geen rechten waarbij zij de mogelijkheid hadden deze rechten niet uit te oefenen. De werknemers kochten aandelen en hadden de plicht om deze aandelen tegen een vooraf vastgestelde prijs af te nemen. De regeling was bedoeld om de werknemers te laten profiteren van de hogere waarde van die aandelen bij verkoop aan een derde partij.
Het verschil tussen de werkelijke waarde van de aandelen en de betaalde prijs was loon voor de werknemers. Dat loon werd in 1999 genoten.
Het verstrekken van optierechten op aandelen aan werknemers is een vorm van loon. In een procedure over het jaar 1999 was in geschil of de door een werkgever verstrekte optierechten al in 1997 onvoorwaardelijk waren toegekend of pas in 1999. Het tijdstip van onvoorwaardelijke toekenning was bepalend voor de heffing van loonbelasting.
Volgens de belastingdienst was er geen sprake van een aanbod en aanvaarding van optierechten in 1997.
De rechtbank was van oordeel dat voor een aanbod om optierechten toe te kennen meer nodig is dan de goedkeuring van de vergadering van aandeelhouders om een optieregeling op te stellen. Een aanbod aan de werknemers was in ieder geval in 1997 niet gedaan.
Volgens de rechtbank waren ook in 1999 geen optierechten toegekend, maar was er in 1999 een overeenkomst gesloten om aandelen te leveren. De werknemers ontvingen namelijk geen rechten waarbij zij de mogelijkheid hadden deze rechten niet uit te oefenen. De werknemers kochten aandelen en hadden de plicht om deze aandelen tegen een vooraf vastgestelde prijs af te nemen. De regeling was bedoeld om de werknemers te laten profiteren van de hogere waarde van die aandelen bij verkoop aan een derde partij.
Het verschil tussen de werkelijke waarde van de aandelen en de betaalde prijs was loon voor de werknemers. Dat loon werd in 1999 genoten.