Geen ontbinding bij teleurstelling van werkgever
Verandering van omstandigheden kan een reden zijn voor ontbinding van een arbeidsovereenkomst.
Een werkgever beriep zich al tien dagen na de aanvang van een arbeidsovereenkomst op veranderde omstandigheden en verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst was aangegaan voor de periode van 1 jaar. De nieuwe werknemer voldeed niet aan de verwachtingen van de werkgever omdat de persoonlijkheid niet zou passen bij de bedrijfscultuur. De werknemer bestreed de opvatting van de werkgever en verzocht de kantonrechter om, als de arbeidsovereenkomst zou worden ontbonden, een ontslagvergoeding gelijk aan het salaris voor de resterende contractsperiode toe te kennen. Zover kwam de kantonrechter niet. De kantonrechter vond dat er geen grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst was. De teleurstelling van de werkgever in de houding en het gedrag van de werknemer vormde in een periode van tien werkdagen waarin nog geen inhoudelijk werk was verricht geen verandering van omstandigheden die als reden voor beëindiging van de samenwerking kon gelden. Volgens de kantonrechter heeft een werknemer recht op een reële kans om zich te bewijzen. Die kans had hij in dit geval nog niet gehad.
Verandering van omstandigheden kan een reden zijn voor ontbinding van een arbeidsovereenkomst.
Een werkgever beriep zich al tien dagen na de aanvang van een arbeidsovereenkomst op veranderde omstandigheden en verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst was aangegaan voor de periode van 1 jaar. De nieuwe werknemer voldeed niet aan de verwachtingen van de werkgever omdat de persoonlijkheid niet zou passen bij de bedrijfscultuur. De werknemer bestreed de opvatting van de werkgever en verzocht de kantonrechter om, als de arbeidsovereenkomst zou worden ontbonden, een ontslagvergoeding gelijk aan het salaris voor de resterende contractsperiode toe te kennen. Zover kwam de kantonrechter niet. De kantonrechter vond dat er geen grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst was. De teleurstelling van de werkgever in de houding en het gedrag van de werknemer vormde in een periode van tien werkdagen waarin nog geen inhoudelijk werk was verricht geen verandering van omstandigheden die als reden voor beëindiging van de samenwerking kon gelden. Volgens de kantonrechter heeft een werknemer recht op een reële kans om zich te bewijzen. Die kans had hij in dit geval nog niet gehad.