Geen ondernemerschap voor in coöperatie werkende architecten
Drie architecten werkten in een samenwerkingsverband in de vorm van een coöperatie. Deze werkzaamheden werden verricht in het kader van een onderneming in materiële zin. De vraag was wie de daaruit voortvloeiende winst genoot: de architecten als ondernemers voor de inkomstenbelasting of de coöperatie als ondernemer voor de vennootschapsbelasting.Uit de statuten leidde het Hof af, dat de onderneming in materiële zin door de coöperatie werd gedreven. Dat werd bevestigd door de aangiftes voor de vennootschapsbelasting, die de coöperatie had ingediend. De architecten waren geen (mede) ondernemer, omdat zij niet verplicht waren om de tekorten van de coöperatie aan te zuiveren. Dat bij de aangiftes inkomstenbelasting 1998 en 1999 balansen en verlies- en winstrekeningen waren gevoegd had geen ondernemerschap tot gevolg. Het Hof volgde de opvatting van de inspecteur, dat er inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte arbeid waren.
Drie architecten werkten in een samenwerkingsverband in de vorm van een coöperatie. Deze werkzaamheden werden verricht in het kader van een onderneming in materiële zin. De vraag was wie de daaruit voortvloeiende winst genoot: de architecten als ondernemers voor de inkomstenbelasting of de coöperatie als ondernemer voor de vennootschapsbelasting.Uit de statuten leidde het Hof af, dat de onderneming in materiële zin door de coöperatie werd gedreven. Dat werd bevestigd door de aangiftes voor de vennootschapsbelasting, die de coöperatie had ingediend. De architecten waren geen (mede) ondernemer, omdat zij niet verplicht waren om de tekorten van de coöperatie aan te zuiveren. Dat bij de aangiftes inkomstenbelasting 1998 en 1999 balansen en verlies- en winstrekeningen waren gevoegd had geen ondernemerschap tot gevolg. Het Hof volgde de opvatting van de inspecteur, dat er inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte arbeid waren.