Geen omkering bewijslast op basis van strafzaak
Een onderzoek door de FIOD-ECD bij een bedrijf had een gerechtelijk vooronderzoek tegen de directeur van het bedrijf tot gevolg. De belastingdienst legde naar aanleiding van het onderzoek navorderingsaanslagen inkomstenbelasting aan de directeur op over de jaren 1997, 1998, 1999 en 2000. In de strafzaak achtte Hof Arnhem bewezen dat de directeur in de jaren 1997 tot en met 2000 een onjuiste of onvolledige aangifte had ingediend. De directeur werd voor deze en andere strafbare feiten als het aannemen van steekpenningen veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
In de fiscale procedure over de opgelegde navorderingsaanslagen was in geschil of de veroordeling wegens het doen van onjuiste aangiften omkering en verzwaring van de bewijslast tot gevolg had.
De belastingrechter is niet gebonden aan de uitkomsten van een tegen een belastingplichtige gevoerde strafzaak maar dient de aangevoerde bewijsmiddelen zelfstandig te beoordelen. Het indienen van een onjuiste aangifte leidt volgens de rechtbank Arnhem niet automatisch tot omkering van de bewijslast. Voor omkering van de bewijslast is vereist dat een aanzienlijk deel van het inkomen is verzwegen. Daarvan is sprake als het verzwegen inkomen minimaal 25% bedraagt van het aangegeven belastbare inkomen, aldus de rechtbank. Deze beoordeling dient per belastingjaar te worden gemaakt. Dat had tot gevolg dat niet over alle betreffende jaren de bewijslast werd omgekeerd.
Een onderzoek door de FIOD-ECD bij een bedrijf had een gerechtelijk vooronderzoek tegen de directeur van het bedrijf tot gevolg. De belastingdienst legde naar aanleiding van het onderzoek navorderingsaanslagen inkomstenbelasting aan de directeur op over de jaren 1997, 1998, 1999 en 2000. In de strafzaak achtte Hof Arnhem bewezen dat de directeur in de jaren 1997 tot en met 2000 een onjuiste of onvolledige aangifte had ingediend. De directeur werd voor deze en andere strafbare feiten als het aannemen van steekpenningen veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
In de fiscale procedure over de opgelegde navorderingsaanslagen was in geschil of de veroordeling wegens het doen van onjuiste aangiften omkering en verzwaring van de bewijslast tot gevolg had.
De belastingrechter is niet gebonden aan de uitkomsten van een tegen een belastingplichtige gevoerde strafzaak maar dient de aangevoerde bewijsmiddelen zelfstandig te beoordelen. Het indienen van een onjuiste aangifte leidt volgens de rechtbank Arnhem niet automatisch tot omkering van de bewijslast. Voor omkering van de bewijslast is vereist dat een aanzienlijk deel van het inkomen is verzwegen. Daarvan is sprake als het verzwegen inkomen minimaal 25% bedraagt van het aangegeven belastbare inkomen, aldus de rechtbank. Deze beoordeling dient per belastingjaar te worden gemaakt. Dat had tot gevolg dat niet over alle betreffende jaren de bewijslast werd omgekeerd.