Geen omkering bewijslast; correcties niet aannemelijk gemaakt
De Hoge Raad vernietigde een uitspraak van Hof Den Bosch over een aan een horecaondernemer opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting. Het Hof was niet ingegaan op de stelling van de inspecteur dat de bewijslast moest worden omgekeerd omdat de ondernemer niet aan zijn administratieve verplichtingen zou hebben voldaan. Dat betrof het niet bewaren van kladaantekeningen en –berekeningen van de dagomzetten. Volgens de Hoge Raad had het Hof de stelling van de inspecteur niet onbesproken mogen laten. De zaak werd daarom verwezen naar Hof Arnhem. De ondernemer maakte gebruik van “kladblaadjes dagomzetten” die hij aan zijn boekhouder overhandigde voor het opstellen van een kasboek. Volgens de inspecteur werden deze kladblaadjes niet dagelijks, maar eens per maand opgesteld en moesten er daarom nog andere aantekeningen zijn die bewaard hadden moeten worden. Naar het oordeel van het Hof maakte de inspecteur niet aannemelijk dat de ondernemer andere aantekeningen of berekeningen ter bepaling van de dagomzet had gemaakt en dat hij deze niet zou hebben bewaard. In het verleden gooide de ondernemer de ‘kladblaadjes dagomzetten’ weg, maar na een controle, waarbij de ondernemer erop werd gewezen dat hij deze kladblaadjes moest bewaren, bewaarde hij deze wel. De ondernemer zorgde ervoor dat het beginsaldo van de kas iedere dag ƒ 200 bedroeg. De telling gebeurde dagelijks door de ondernemer zelf. Op het kladblok noteerde hij de dag en het bedrag van de omzet (eindsaldo minus beginsaldo ad ƒ 200). Volgens het Hof kon hij die rekensom uit zijn hoofd maken.
Het Hof stond de omkering en verzwaring van de bewijslast niet toe. De bewijslast dat er meer omzet was gemaakt dan uit de jaarstukken en de gedane aangiften bleek rustte op de inspecteur. Uit de eerdere uitspraak van Hof Den Bosch bleek al dat de inspecteur niet in die bewijslast was geslaagd. Hof Arnhem vernietigde daarom de opgelegde naheffingsaanslag en de boete.
De Hoge Raad vernietigde een uitspraak van Hof Den Bosch over een aan een horecaondernemer opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting. Het Hof was niet ingegaan op de stelling van de inspecteur dat de bewijslast moest worden omgekeerd omdat de ondernemer niet aan zijn administratieve verplichtingen zou hebben voldaan. Dat betrof het niet bewaren van kladaantekeningen en –berekeningen van de dagomzetten. Volgens de Hoge Raad had het Hof de stelling van de inspecteur niet onbesproken mogen laten. De zaak werd daarom verwezen naar Hof Arnhem. De ondernemer maakte gebruik van “kladblaadjes dagomzetten” die hij aan zijn boekhouder overhandigde voor het opstellen van een kasboek. Volgens de inspecteur werden deze kladblaadjes niet dagelijks, maar eens per maand opgesteld en moesten er daarom nog andere aantekeningen zijn die bewaard hadden moeten worden. Naar het oordeel van het Hof maakte de inspecteur niet aannemelijk dat de ondernemer andere aantekeningen of berekeningen ter bepaling van de dagomzet had gemaakt en dat hij deze niet zou hebben bewaard. In het verleden gooide de ondernemer de ‘kladblaadjes dagomzetten’ weg, maar na een controle, waarbij de ondernemer erop werd gewezen dat hij deze kladblaadjes moest bewaren, bewaarde hij deze wel. De ondernemer zorgde ervoor dat het beginsaldo van de kas iedere dag ƒ 200 bedroeg. De telling gebeurde dagelijks door de ondernemer zelf. Op het kladblok noteerde hij de dag en het bedrag van de omzet (eindsaldo minus beginsaldo ad ƒ 200). Volgens het Hof kon hij die rekensom uit zijn hoofd maken.
Het Hof stond de omkering en verzwaring van de bewijslast niet toe. De bewijslast dat er meer omzet was gemaakt dan uit de jaarstukken en de gedane aangiften bleek rustte op de inspecteur. Uit de eerdere uitspraak van Hof Den Bosch bleek al dat de inspecteur niet in die bewijslast was geslaagd. Hof Arnhem vernietigde daarom de opgelegde naheffingsaanslag en de boete.