
Ondernemers zijn verplicht om een administratie te voeren van hun bedrijf. Wanneer de administratie geen betrouwbare grondslag voor de winstberekening vormt, kan dat gevolgen hebben voor de bewijspositie van de ondernemer. Bij een geschil over de feiten of de omstandigheden die in een concreet geval tot belastingheffing of belastingaftrek leiden wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard. Deze omkering en verzwaring van de bewijslast geldt niet voor de situatie waarin verschil van inzicht bestaat over (de toepassing van) het recht.
In een procedure over de toepassing van de desinvesteringsbijtelling bestond geen geschil over de feiten maar over de uitleg van een wetsbepaling. Dat betekende ondanks de gebrekkige administratie dat van omkering van de bewijslast geen sprake kon zijn.
Het ging om de vervreemding in 2001 van een woonwinkelpand met inventaris dat in december 1996 was aangekocht. Volgens de wettelijke regeling van 1996 vond een desinvesteringsbijtelling alleen plaats als een bedrijfsmiddel binnen vijf jaren na aanvang van het kalenderjaar van investering werd vervreemd. De onttrekking van een goed aan de onderneming is een vorm van vervreemden.
De desinvesteringstermijn voor deze investeringen eindigde op