Geen omkering bewijslast bij gerede twijfel aan rekeninghouderschap

De Belastingdienst kreeg enige jaren geleden van de Belgische fiscus gegevens van rekeninghouders van een buitenlandse bank. Er volgde een onderzoek naar Nederlandse ingezetenen die mogelijk rekeninghouder waren bij deze bank maar die geen opgaaf hadden gedaan van saldi en opbrengsten van de bankrekening. Op grond van dat onderzoek werd iemand benaderd met een vragenbrief. De persoon in kwestie reageerde hierop met de mededeling dat hij geen rekeninghouder was en evenmin was geweest. De Belastingdienst legde niettemin navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting op. In de procedure die volgde stelde de belanghebbende dat de Belastingdienst hem ten onrechte als rekeninghouder van de betreffende bank had geïdentificeerd. Zijn vader en zijn grootvader hadden dezelfde naam en hadden dus evengoed de bedoelde rekeninghouder kunnen zijn. Hof Amsterdam twijfelde aan de juistheid van de stelling van de inspecteur, dat de belanghebbende op grond van de door de inspecteur verstrekte informatie moest worden geïdentificeerd als rekeninghouder. De belanghebbende voerde aan dat hij een brief aan de bank had gestuurd maar dat hij daarop geen reactie had gekregen. Bij telefonisch contact met de bank zou zijn bevestigd dat de bank geen schriftelijke reactie geeft aan niet-rekeninghouders. Het Hof vond deze stellingen geloofwaardig. Volgens het Hof was de belanghebbende niet verplicht om ter bevestiging van eerder verstrekte inlichtingen in het bijzijn van de inspecteur nogmaals contact op te nemen met de bank. De weigering van de belanghebbende om in het bijzijn van de inspecteur contact op te nemen met de bank had niet tot gevolg dat de belanghebbende de informatieplicht had geschonden. De inspecteur beriep zich ten onrechte op omkering van de bewijslast.
De Belastingdienst kreeg enige jaren geleden van de Belgische fiscus gegevens van rekeninghouders van een buitenlandse bank. Er volgde een onderzoek naar Nederlandse ingezetenen die mogelijk rekeninghouder waren bij deze bank maar die geen opgaaf hadden gedaan van saldi en opbrengsten van de bankrekening. Op grond van dat onderzoek werd iemand benaderd met een vragenbrief. De persoon in kwestie reageerde hierop met de mededeling dat hij geen rekeninghouder was en evenmin was geweest. De Belastingdienst legde niettemin navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting op. In de procedure die volgde stelde de belanghebbende dat de Belastingdienst hem ten onrechte als rekeninghouder van de betreffende bank had geïdentificeerd. Zijn vader en zijn grootvader hadden dezelfde naam en hadden dus evengoed de bedoelde rekeninghouder kunnen zijn. Hof Amsterdam twijfelde aan de juistheid van de stelling van de inspecteur, dat de belanghebbende op grond van de door de inspecteur verstrekte informatie moest worden geïdentificeerd als rekeninghouder. De belanghebbende voerde aan dat hij een brief aan de bank had gestuurd maar dat hij daarop geen reactie had gekregen. Bij telefonisch contact met de bank zou zijn bevestigd dat de bank geen schriftelijke reactie geeft aan niet-rekeninghouders. Het Hof vond deze stellingen geloofwaardig. Volgens het Hof was de belanghebbende niet verplicht om ter bevestiging van eerder verstrekte inlichtingen in het bijzijn van de inspecteur nogmaals contact op te nemen met de bank. De weigering van de belanghebbende om in het bijzijn van de inspecteur contact op te nemen met de bank had niet tot gevolg dat de belanghebbende de informatieplicht had geschonden. De inspecteur beriep zich ten onrechte op omkering van de bewijslast.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u