Geen nultarief op levering mobiele telefoons
De levering van goederen die worden vervoerd naar een andere lidstaat van de EU vallen onder het nultarief voor de omzetbelasting als de goederen in de andere lidstaat zijn onderworpen aan de omzetbelasting, mits voldaan is aan een aantal voorwaarden. De bewijslast voor de toepassing van het nultarief rust op de ondernemer die de toepassing claimt.
Een handelaar in mobiele telefoons slaagde er volgens de rechtbank Breda in te bewijzen dat hij goederen had verzonden naar de adressen van de ondernemers in Duitsland op wier naam die goederen waren besteld, dat die ondernemers in Duitsland aangifte hadden gedaan van de intracommunautaire verwervingen en dat hij de status van de afnemers als ondernemer had gecontroleerd. Daarmee was in beginsel het vereiste bewijs voor toepassing van het nultarief geleverd.
De inspecteur maakte echter aannemelijk dat het bewijs voor de intracommunautaire leveringen op papier klopte maar niet overeenstemde met de werkelijkheid. De afnemers waren slechts stromannen, die dienden om de goederen zonder heffing van omzetbelasting te kunnen leveren.
De op papier als afnemers vermelde ondernemers in Duitsland en Luxemburg hadden nooit de macht verkregen om als eigenaar over de naar hen vervoerde goederen te beschikken. Daarmee was er geen sprake van een levering. De rechtbank vond aannemelijk dat een ander de werkelijke afnemer was. De buitenlandse stromannen dienden als tijdelijk opslagadres voor de goederen. De werkelijke afnemer was gevestigd in Nederland. Er was geen sprake van intracommunautaire transacties maar van leveringen waarop het gewone omzetbelastingtarief van toepassing was.
De levering van goederen die worden vervoerd naar een andere lidstaat van de EU vallen onder het nultarief voor de omzetbelasting als de goederen in de andere lidstaat zijn onderworpen aan de omzetbelasting, mits voldaan is aan een aantal voorwaarden. De bewijslast voor de toepassing van het nultarief rust op de ondernemer die de toepassing claimt.
Een handelaar in mobiele telefoons slaagde er volgens de rechtbank Breda in te bewijzen dat hij goederen had verzonden naar de adressen van de ondernemers in Duitsland op wier naam die goederen waren besteld, dat die ondernemers in Duitsland aangifte hadden gedaan van de intracommunautaire verwervingen en dat hij de status van de afnemers als ondernemer had gecontroleerd. Daarmee was in beginsel het vereiste bewijs voor toepassing van het nultarief geleverd.
De inspecteur maakte echter aannemelijk dat het bewijs voor de intracommunautaire leveringen op papier klopte maar niet overeenstemde met de werkelijkheid. De afnemers waren slechts stromannen, die dienden om de goederen zonder heffing van omzetbelasting te kunnen leveren.
De op papier als afnemers vermelde ondernemers in Duitsland en Luxemburg hadden nooit de macht verkregen om als eigenaar over de naar hen vervoerde goederen te beschikken. Daarmee was er geen sprake van een levering. De rechtbank vond aannemelijk dat een ander de werkelijke afnemer was. De buitenlandse stromannen dienden als tijdelijk opslagadres voor de goederen. De werkelijke afnemer was gevestigd in Nederland. Er was geen sprake van intracommunautaire transacties maar van leveringen waarop het gewone omzetbelastingtarief van toepassing was.