
Een van omzetbelasting vrijgestelde ondernemer kocht een woonwinkelpand dat hij liet verbouwen tot kinderdagverblijf. Bij de verbouwing veranderde het uiterlijk van het pand niet, al werd de voorpui op de begane grond vernieuwd.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op aan de ondernemer wegens een interne levering, omdat hij meende dat het verbouwde pand een in eigen bedrijf vervaardigd goed was. Hof Den Bosch verwees naar het arrest Van Dijk’s Boekhuis van het Hof van Justitie EU, waarin is geoordeeld dat vervaardiging inhoudt het voortbrengen van een goed dat tevoren niet bestond. Het hof was van oordeel dat het pand na de verbouwing een ander pand was dan het pand zoals dat voor de verbouwing bestond. Volgens het hof was door de verbouwing een goed ontstaan dat tevoren niet bestond.
De Hoge Raad deelt deze opvatting niet. Volgens de Hoge Raad houdt het arrest van het Hof van Justitie EU voor onroerende zaken in, dat alleen sprake is van de vervaardiging van een goed als er in wezen nieuwbouw heeft plaatsgevonden. De verbouwing tot kinderdagverblijf was niet ingrijpend genoeg om van nieuwbouw te kunnen spreken. De Hoge Raad heeft de naheffingsaanslag vernietigd.