Geen Nederlandse heffing over afkoopsom pensioen
In verdragen ter voorkoming van dubbele belastingheffing die vóór 1999 zijn gesloten heeft Nederland altijd afgezien van heffing over pensioenuitkeringen aan inwoners van het andere verdragsland. In verdragen van vóór 1981 heeft Nederland zelfs afgezien van belastingheffing over afkoopsommen van pensioenen. Met ingang van 1995 werd de afkoop van de pensioenaanspraak na emigratie belastbaar in de nationale wetgeving. Volgens arresten van de Hoge Raad voerde Nederland daardoor de verdragen van vóór 1981 niet te goeder trouw uit. De wetgever besloot daarop de belastingheffing niet uit te stellen tot het moment van afkoop, maar al bij emigratie te heffen op basis van een genietingsfictie door het opleggen van een zogenaamde conserverende aanslag.
Volgens Hof Den Bosch is heffen op een fictief realisatiemoment over pensioenaanspraken in strijd met verdragen die zijn gesloten vóór de aanpassing van de pensioenbepalingen in de Wet op de Loonbelasting in 1997. Nederland mag volgens het Hof in die gevallen inkomsten alleen in de heffing betrekken wanneer dat bij Verdrag is toegestaan. De uitspraak van het Hof heeft betrekking op het verdrag met Korea.
In verdragen ter voorkoming van dubbele belastingheffing die vóór 1999 zijn gesloten heeft Nederland altijd afgezien van heffing over pensioenuitkeringen aan inwoners van het andere verdragsland. In verdragen van vóór 1981 heeft Nederland zelfs afgezien van belastingheffing over afkoopsommen van pensioenen. Met ingang van 1995 werd de afkoop van de pensioenaanspraak na emigratie belastbaar in de nationale wetgeving. Volgens arresten van de Hoge Raad voerde Nederland daardoor de verdragen van vóór 1981 niet te goeder trouw uit. De wetgever besloot daarop de belastingheffing niet uit te stellen tot het moment van afkoop, maar al bij emigratie te heffen op basis van een genietingsfictie door het opleggen van een zogenaamde conserverende aanslag.
Volgens Hof Den Bosch is heffen op een fictief realisatiemoment over pensioenaanspraken in strijd met verdragen die zijn gesloten vóór de aanpassing van de pensioenbepalingen in de Wet op de Loonbelasting in 1997. Nederland mag volgens het Hof in die gevallen inkomsten alleen in de heffing betrekken wanneer dat bij Verdrag is toegestaan. De uitspraak van het Hof heeft betrekking op het verdrag met Korea.