Geen naheffing afvalstoffenbelasting van transporteur

De afvalstoffenheffing is onderdeel van de Wet belastingen op milieugrondslag. Het tarief voor het storten van afvalstoffen is afhankelijk van de zogenaamde volumieke massa. Er geldt een verlaagd tarief voor stoffen met een volumieke massa van meer dan 1.100 kg/m³. Bij het berekenen van de aangevoerde hoeveelheid afvalstoffen wordt uitgegaan van de inhoud van de laadruimte, ongeacht de aangevoerde hoeveelheid afvalstoffen. Door toepassing van een kap op de laadbak van een vrachtauto wordt de laadruimte vergroot, zo is door de rechtbank bepaald. De vergroting van de laadruimte leidde in een voorkomend geval tot een daling van de volumieke massa van een aangevoerde hoeveelheid afvalstoffen tot onder de grens van 1.100 kg/m³, zodat het reguliere tarief toegepast had moeten worden. Volgens de rechtbank waren de beladingsmogelijkheden van de vrachtwagen door het plaatsen van de kap groter dan van de vrachtwagen zonder kap. Of die ruimte wordt benut of mag worden benut vond de rechtbank niet van belang. De naheffing van afvalstoffenbelasting had echter niet mogen worden opgelegd aan de vervoerder van de afvalstoffen, maar aan de stortplaatsexploitant. De aanvankelijk onjuiste belastingheffing was niet het gevolg van het niet naleven van de bepalingen in de belastingwet door de vervoerder. Op die grond vernietigde de rechtbank de opgelegde naheffingsaanslag. De inspecteur ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. Als onderbouwing voor het opleggen van de naheffingsaanslag aan de aanbieder van het afval in plaats van aan de stortplaatsexploitant voerde de inspecteur aan dat de aanbieder van het afval een bepaling van de belastingwet niet in acht had genomen. De aanbieder had namelijk niet de juiste inhoudsmaat van de vrachtwagen vermeld door geen rekening te houden met de ruimte direct onder de kap. Het verwijt van de inspecteur kwam erop neer dat de aanbieder van het afval niet had mogen afgaan op het volume dat op de plaat op de auto was vermeld maar zelf een onderzoek had moeten instellen naar het volume van de laadbak. De aanbieder van het afval was echter niet verantwoordelijk voor de tekst op de platen op de laadbak van de vrachtwagens en had dus geen bepalingen van de belastingwet overtreden. Volgens het Hof was de beslissing van de rechtbank juist.
De afvalstoffenheffing is onderdeel van de Wet belastingen op milieugrondslag. Het tarief voor het storten van afvalstoffen is afhankelijk van de zogenaamde volumieke massa. Er geldt een verlaagd tarief voor stoffen met een volumieke massa van meer dan 1.100 kg/m³. Bij het berekenen van de aangevoerde hoeveelheid afvalstoffen wordt uitgegaan van de inhoud van de laadruimte, ongeacht de aangevoerde hoeveelheid afvalstoffen. Door toepassing van een kap op de laadbak van een vrachtauto wordt de laadruimte vergroot, zo is door de rechtbank bepaald.
De vergroting van de laadruimte leidde in een voorkomend geval tot een daling van de volumieke massa van een aangevoerde hoeveelheid afvalstoffen tot onder de grens van 1.100 kg/m³, zodat het reguliere tarief toegepast had moeten worden. Volgens de rechtbank waren de beladingsmogelijkheden van de vrachtwagen door het plaatsen van de kap groter dan van de vrachtwagen zonder kap. Of die ruimte wordt benut of mag worden benut vond de rechtbank niet van belang. De naheffing van afvalstoffenbelasting had echter niet mogen worden opgelegd aan de vervoerder van de afvalstoffen, maar aan de stortplaatsexploitant. De aanvankelijk onjuiste belastingheffing was niet het gevolg van het niet naleven van de bepalingen in de belastingwet door de vervoerder. Op die grond vernietigde de rechtbank de opgelegde naheffingsaanslag. De inspecteur ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. Als onderbouwing voor het opleggen van de naheffingsaanslag aan de aanbieder van het afval in plaats van aan de stortplaatsexploitant voerde de inspecteur aan dat de aanbieder van het afval een bepaling van de belastingwet niet in acht had genomen. De aanbieder had namelijk niet de juiste inhoudsmaat van de vrachtwagen vermeld door geen rekening te houden met de ruimte direct onder de kap. Het verwijt van de inspecteur kwam erop neer dat de aanbieder van het afval niet had mogen afgaan op het volume dat op de plaat op de auto was vermeld maar zelf een onderzoek had moeten instellen naar het volume van de laadbak. De aanbieder van het afval was echter niet verantwoordelijk voor de tekst op de platen op de laadbak van de vrachtwagens en had dus geen bepalingen van de belastingwet overtreden. Volgens het Hof was de beslissing van de rechtbank juist.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u