Geen liquidatieverlies deelneming door overname activiteiten
Een participatiemaatschappij had een belang van 5% in een houdstermaatschappij. In 1993 is het faillissement uitgesproken van de houdstermaatschappij en haar dochters. De participatiemaatschappij heeft drie BV’s opgericht die de activa en het personeel van drie dochtermaatschappijen van de failliete houdstermaatschappij hebben overgenomen. De houdstermaatschappij werd in 1997 geliquideerd. De participatiemaatschappij wilde haar winst verminderen met het liquidatieverlies, dat zij op haar belang in de houdstermaatschappij had geleden. Dat was niet mogelijk door de voortzetting van een deel van de activiteiten. Het pleidooi van de participatiemaatschappij, dat het slechts om een gering gedeelte ging, werd door het Hof afgewezen. Het betrof 45 personeelsleden en een omzet van ƒ 8 miljoen.
Een participatiemaatschappij had een belang van 5% in een houdstermaatschappij. In 1993 is het faillissement uitgesproken van de houdstermaatschappij en haar dochters. De participatiemaatschappij heeft drie BV’s opgericht die de activa en het personeel van drie dochtermaatschappijen van de failliete houdstermaatschappij hebben overgenomen. De houdstermaatschappij werd in 1997 geliquideerd. De participatiemaatschappij wilde haar winst verminderen met het liquidatieverlies, dat zij op haar belang in de houdstermaatschappij had geleden. Dat was niet mogelijk door de voortzetting van een deel van de activiteiten. Het pleidooi van de participatiemaatschappij, dat het slechts om een gering gedeelte ging, werd door het Hof afgewezen. Het betrof 45 personeelsleden en een omzet van ƒ 8 miljoen.