Geen lijfrente van BV bij doorverkoop

Premies voor lijfrenteverzekeringen zijn onder voorwaarden aftrekbaar. De voorwaarden hebben betrekking op de vorm van de lijfrente, de verzekeraar, de hoogte van het inkomen en de aanwezigheid van andere oudedagsvoorzieningen. Voor ondernemers geldt een extra aftrekmogelijkheid bij de beƫindiging van hun bedrijf. Zij kunnen een lijfrente in dat geval niet alleen bij een verzekeringsmaatschappij aankopen, maar ook als tegenprestatie bedingen van de persoon die de onderneming heeft overgenomen. Van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt bij de inbreng van een onderneming in een eigen BV. Wanneer de overdracht van de onderneming aan een eigen BV wordt gevolgd door een tevoren overeengekomen overdracht van de onderneming aan een derde is het op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad niet toegestaan om een lijfrente te bedingen van de eigen BV. Dat ondervonden twee firmanten die hun onderneming op 16 oktober 1996 in een BV inbrachten. Op 18 oktober leverde de BV de onderneming aan derden als uitvloeisel van een in augustus gesloten verkoopovereenkomst. Weliswaar was in de akte van oprichting van de BV bepaald dat de onderneming vanaf 1 juli 1996 voor rekening en risico van de BV werd gedreven, maar bepalend voor de aftrek van lijfrentepremie was dat al voor de oprichting van de BV de verkoopovereenkomst was gesloten.
Premies voor lijfrenteverzekeringen zijn onder voorwaarden aftrekbaar. De voorwaarden hebben betrekking op de vorm van de lijfrente, de verzekeraar, de hoogte van het inkomen en de aanwezigheid van andere oudedagsvoorzieningen. Voor ondernemers geldt een extra aftrekmogelijkheid bij de beƫindiging van hun bedrijf. Zij kunnen een lijfrente in dat geval niet alleen bij een verzekeringsmaatschappij aankopen, maar ook als tegenprestatie bedingen van de persoon die de onderneming heeft overgenomen. Van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt bij de inbreng van een onderneming in een eigen BV. Wanneer de overdracht van de onderneming aan een eigen BV wordt gevolgd door een tevoren overeengekomen overdracht van de onderneming aan een derde is het op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad niet toegestaan om een lijfrente te bedingen van de eigen BV.
Dat ondervonden twee firmanten die hun onderneming op 16 oktober 1996 in een BV inbrachten. Op 18 oktober leverde de BV de onderneming aan derden als uitvloeisel van een in augustus gesloten verkoopovereenkomst. Weliswaar was in de akte van oprichting van de BV bepaald dat de onderneming vanaf 1 juli 1996 voor rekening en risico van de BV werd gedreven, maar bepalend voor de aftrek van lijfrentepremie was dat al voor de oprichting van de BV de verkoopovereenkomst was gesloten.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u