
Een BV nam een vordering over van een andere BV. In de overeenkomst van cessie van 1 mei 2001 was een bedrag in guldens vermeld. In de jaarrekeningen en aangiften vennootschapsbelasting over de jaren 2001 en 2002 werd de vordering steeds opgenomen voor het bedrag dat in de overeenkomst van cessie was vermeld, vermeerderd met de per jaar bijgeschreven rente.
In de aangifte vennootschapsbelasting 2003 wilde de schuldeiser de vordering wegens koersverliezen afwaarderen. Dat was gebaseerd op het standpunt dat de overgenomen vordering in Amerikaanse dollars luidde. Hof Amsterdam accepteerde deze afwaardering niet omdat de BV niet aannemelijk wist te maken dat de vordering, in afwijking van de overeenkomst van 1 mei 2001, de administratieve verwerking in de jaarrekening en de aangiften vennootschapsbelasting in Amerikaanse dollars luidde. Volgens de Hoge Raad heeft het hof de bewijslast niet verkeerd verdeeld.