
Natuurlijke personen die ondernemer zijn voor de omzetbelasting hebben recht op toepassing van de kleine ondernemersregeling wanneer de door hen af te dragen omzetbelasting een zeker bedrag niet overschrijdt. Volgens de tekst van de Wet op de Omzetbelasting 1968 geldt als vereiste dat de ondernemer in Nederland is gevestigd of hier ook een vaste inrichting heeft. Op grond van een arrest van het Hof van Justitie EU uit 2010 over de Oostenrijkse kleine ondernemersregeling is de rechtbank Breda van oordeel dat een in het buitenland gevestigde ondernemer die in Nederland omzetbelasting is verschuldigd, geen recht heeft op toepassing van de kleine ondernemersregeling. In bedoeld arrest overwoog het Hof van Justitie EU dat de doelstelling om de doeltreffendheid van de fiscale controles te waarborgen en de doelstelling van de regeling voor kleine ondernemingen rechtvaardigen dat de regeling alleen van toepassing is op de activiteiten van kleine ondernemingen die zijn gevestigd op het grondgebied van de lidstaat waar de btw wordt verschuldigd en dat de jaaromzet die in aanmerking moet worden genomen die is welke wordt behaald in de lidstaat van vestiging.