
In een procedure over de heffing van accijns was de centrale vraag of een in Nederland in het vrije verkeer geproduceerd accijnsgoed dat nooit buiten Nederland is geweest ter zake van invoer in de heffing van accijns kan worden betrokken. De procedure had betrekking op door een Nederlandse bierbrouwer in Nederland gebrouwen bier dat met bestemming Macedonië onder de regeling extern communautair douanevervoer op transport was gesteld. Het bier heeft zijn bestemming echter nooit bereikt. Waar het bier is gebleven of waar het is geconsumeerd is onbekend. Het feit dat het bier de bestemming niet heeft bereikt was voor de Nederlandse douane aanleiding om een uitnodiging tot betaling van accijns ter zake van invoer uit te reiken aan de brouwer.
Hof Amsterdam deelde de opvatting van de inspecteur dat door de onttrekking van goederen aan een douaneregeling leidt tot verschuldigdheid van accijns wegens invoer niet. De wetsbepaling waar de inspecteur zich op beriep had betrekking op niet-communautaire goederen die worden onttrokken aan een douaneregeling. Het in Nederland gebrouwen bier had de status van communautair goed. Die status zou het bier pas verliezen bij het verlaten van het douanegebied van de gemeenschap door middel van de (douane)regeling uitvoer.
Omdat niet bekend was waar het bier is gebleven gold voor de heffing van accijns dat de verschuldigdheid van accijns in Nederland is ontstaan ter zake van de onttrekking in Nederland aan een schorsingsregeling. Voor de heffing van accijns moet ervan uit worden gegaan dat het bier Nederland niet heeft verlaten.
In cassatie voerde de staatssecretaris van Financiën aan dat in dit geval sprake was van invoer in de zin de Wet op de Accijns omdat het bier in de zin de Wet was onttrokken aan een communautaire douaneregeling. De Hoge Raad deelt deze opvatting niet. Volgens de Hoge Raad is het oordeel van het hof, dat in een geval als dit het belastbare feit invoer zich niet kan voordoen, juist. De accijns was in dit geval verschuldigd ter zake van het belastbare feit uitslag. In dat geval kan de accijns niet rechtsgeldig worden geheven door middel van een uitnodiging tot betaling. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft het hof de uitnodiging tot betaling terecht vernietigd.