
Wanneer bij de verkoop van een bedrijfsmiddel door een ondernemer de opbrengst hoger is dan de boekwaarde kan directe belastingheffing over deze boekwinst worden uitgesteld door de vorming van een herinvesteringsreserve. De herinvesteringsreserve wordt afgeboekt op investeringen in andere bedrijfsmiddelen. Het constateren van winst bij de vervreemding van een bedrijfsmiddel houdt niet altijd in dat een herinvesteringsreserve kan worden gevormd.
Drie ondernemers die in de vorm van een VOF een agrarische onderneming dreven, schaften een windturbine aan. De windturbine werd geplaatst op grond die tot het buitenvennootschappelijke ondernemingsvermogen van twee van de vennoten behoorde. Deze twee vennoten verkochten een deel van de ondergrond van de windturbine aan de derde vennoot voor een bedrag dat lager was dan de boekwaarde op dat moment. De waarde in het economische verkeer van de ondergrond bedroeg op dat moment € 105.000, terwijl de WEVAB van de ondergrond € 10.000 bedroeg. Bij de vervreemding van het deel van de ondergrond aan de derde vennoot behaalden beide andere vennoten een niet onder de landbouwvrijstelling vallende winst. De vraag was of belastingheffing over deze winst kon worden uitgesteld door de vorming van een herinvesteringsreserve. Voorwaarde voor de vorming van een herinvesteringsreserve is dat de opbrengst bij de vervreemding van een bedrijfsmiddel de boekwaarde van het bedrijfsmiddel overtreft. Opbrengst houdt in dit kader in de bij de vervreemding van het bedrijfsmiddel verkregen tegenprestatie verminderd met de aan de vervreemding toerekenbare kosten.
De tegenprestatie voor de ondergrond van de windturbine was lager dan de boekwaarde respectievelijk de vrijgestelde waarde van de ondergrond. Op de bij de vervreemding van de ondergrond behaalde winst kon daarom de herinvesteringsreserve niet worden toegepast, aldus hof Leeuwarden.