Geen heffing over pensioen bij emigratie naar Frankrijk

Bij de emigratie van inwoners van Nederland probeert Nederland fiscale claims op pensioenaanspraken en op aanmerkelijk belangwinsten te behouden door het opleggen van een conserverende aanslag inkomstenbelasting. Vanwege de emigratie naar Frankrijk in 2002 legde de belastingdienst een conserverende aanslag op over de waarde van de pensioenaanspraken van de emigrant. De waarde hiervan bedroeg op de datum van emigratie € 366.681. De rechtbank Breda vernietigde deze aanslag. De inspecteur ging tegen deze uitspraak in hoger beroep. Hof Den Bosch gaf een uitgebreide beschouwing over deze materie. Tot 1999 heeft Nederland in belastingverdragen afgezien van belastingheffing over reguliere uitkeringen van pensioenen aan inwoners van het andere verdragsland. Vóór 1981 zag Nederland ook af van heffing over afkoopsommen. In 1995 heeft Nederland de afkoop van een pensioenaanspraak na emigratie eenzijdig belastbaar gesteld. Volgens de Hoge Raad is dat, voor wat betreft verdragen van vóór 1981, in strijd met de goede trouw die vereist is bij de uitleg van verdragen. Vervolgens heeft Nederland geprobeerd de belastingvrije overdracht van pensioenaanspraken naar het buitenland te voorkomen door belasting te heffen op een fictief moment, namelijk de emigratie. Ook dat is volgens de Hoge Raad in strijd met bestaande belastingverdragen. Volgens het Hof wordt, ondanks de invoering van een fictief heffingsmoment, in werkelijkheid geheven op het moment van de afkoop zelf, omdat rekening gehouden wordt met waardedalingen na emigratie. Dat is volgens het belastingverdrag met Frankrijk uit 1973 niet toegestaan. Uitsluitend de woonstaat heeft een heffingsrecht. Het Hof heeft het hoger beroep van de inspecteur afgewezen.
Bij de emigratie van inwoners van Nederland probeert Nederland fiscale claims op pensioenaanspraken en op aanmerkelijk belangwinsten te behouden door het opleggen van een conserverende aanslag inkomstenbelasting.
Vanwege de emigratie naar Frankrijk in 2002 legde de belastingdienst een conserverende aanslag op over de waarde van de pensioenaanspraken van de emigrant. De waarde hiervan bedroeg op de datum van emigratie € 366.681.
De rechtbank Breda vernietigde deze aanslag. De inspecteur ging tegen deze uitspraak in hoger beroep. Hof Den Bosch gaf een uitgebreide beschouwing over deze materie.
Tot 1999 heeft Nederland in belastingverdragen afgezien van belastingheffing over reguliere uitkeringen van pensioenen aan inwoners van het andere verdragsland. Vóór 1981 zag Nederland ook af van heffing over afkoopsommen. In 1995 heeft Nederland de afkoop van een pensioenaanspraak na emigratie eenzijdig belastbaar gesteld. Volgens de Hoge Raad is dat, voor wat betreft verdragen van vóór 1981, in strijd met de goede trouw die vereist is bij de uitleg van verdragen. Vervolgens heeft Nederland geprobeerd de belastingvrije overdracht van pensioenaanspraken naar het buitenland te voorkomen door belasting te heffen op een fictief moment, namelijk de emigratie. Ook dat is volgens de Hoge Raad in strijd met bestaande belastingverdragen.
Volgens het Hof wordt, ondanks de invoering van een fictief heffingsmoment, in werkelijkheid geheven op het moment van de afkoop zelf, omdat rekening gehouden wordt met waardedalingen na emigratie. Dat is volgens het belastingverdrag met Frankrijk uit 1973 niet toegestaan. Uitsluitend de woonstaat heeft een heffingsrecht. Het Hof heeft het hoger beroep van de inspecteur afgewezen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u