
Een vennootschap met een aantal buitenlandse deelnemingen wilde dat met de resultaten van deze deelnemingen rekening werd gehouden alsof er een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting bestond tussen de vennootschap en haar deelnemingen.
De vennootschap deed geen opgave van de verliezen van haar deelnemingen. De inspecteur kon daarom geen rekening houden met deze veronderstelde verliezen. Ook in de procedure voor de rechtbank verstrekte de vennootschap geen inzicht in de door haar gestelde verliezen. Daarmee voldeed de vennootschap niet aan haar plicht om in de procedure feiten aan te voeren waarop haar standpunt berustte. De rechtbank zag geen aanleiding om het verlies op een hoger bedrag vast te stellen dan de inspecteur al had gedaan.