Geen goodwill bij inbreng makelaarskantoor
Een makelaar bracht zijn eenmanszaak in een BV in. Op het tijdstip van inbreng was de onderneming nog geen jaar oud. In geschil was of er zakelijke goodwill aanwezig was op dat tijdstip. Naar het oordeel van Hof Amsterdam was dat niet het geval, omdat de omzet van de onderneming geheel moest worden toegerekend aan de persoonlijke kwaliteiten van de makelaar. Rekening houdend met een van de BV te bedingen adequate arbeidsbeloning was er geen sprake van overwinst. Als argument voor het niet bestaan van enige zakelijke goodwill wees het Hof nog op het feit dat de onderneming werd uitgeoefend vanuit de woning van de makelaar en niet vanuit een voor derden als makelaardij herkenbare locatie en dat de makelaar niet adverteerde, maar zijn opdrachten haalde uit zijn persoonlijke netwerk dat hij via recepties en dergelijke had opgebouwd.
Een makelaar bracht zijn eenmanszaak in een BV in. Op het tijdstip van inbreng was de onderneming nog geen jaar oud. In geschil was of er zakelijke goodwill aanwezig was op dat tijdstip. Naar het oordeel van Hof Amsterdam was dat niet het geval, omdat de omzet van de onderneming geheel moest worden toegerekend aan de persoonlijke kwaliteiten van de makelaar. Rekening houdend met een van de BV te bedingen adequate arbeidsbeloning was er geen sprake van overwinst. Als argument voor het niet bestaan van enige zakelijke goodwill wees het Hof nog op het feit dat de onderneming werd uitgeoefend vanuit de woning van de makelaar en niet vanuit een voor derden als makelaardij herkenbare locatie en dat de makelaar niet adverteerde, maar zijn opdrachten haalde uit zijn persoonlijke netwerk dat hij via recepties en dergelijke had opgebouwd.