Geen gezamenlijk ondernemerschap voor DGA omdat andere aandeelhouders geen directeur waren

Vijf besloten vennootschappen vormden samen een maatschap. De maatschapsleden waren de aandeelhouders van een belastingadvies-BV. Alle maatschapsleden hadden eenzelfde belang in de belastingadvies-BV. Eén van de maatschapsleden was statutair directeur van de belastingadvies-BV. Voor deze werkzaamheden betaalde de belastingadvies-BV geen afzonderlijke beloning. Volgens de maatschapovereenkomst ontvingen alle maten voor hun werkzaamheden een voorschot op het winstrecht. Het UWV was van mening dat er een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond tussen de belastingadvies-BV en de persoon die namens het maatschapslid de directie over de belastingadvies-BV voerde. De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat er was voldaan aan alle elementen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De werkzaamheden werden persoonlijk verricht. De benoeming als statutair directeur van de belastingadvies-BV was gebaseerd op de persoonlijke kwaliteiten van de directeur van het maatschapslid. Vervanging als directeur had zich nooit voorgedaan. Vanaf 1 juli 2000 betaalde de belastingadvies-BV maandelijks een managementfee voor de verrichte werkzaamheden. Deze vergoeding kwam naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep ten goede aan de directeur als loon voor de door hem verrichte werkzaamheden. Tenslotte was er ook een gezagsverhouding omdat de statutaire directeur een minderheidsbelang had in de belastingadvies-BV. Dat betekende dat hij door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders tegen zijn wil kon worden ontslagen. De uitzondering van gezamenlijk ondernemerschap deed zich ondanks de gelijke verdeling van de aandelen tussen de vijf maten niet voor, omdat de andere aandeelhouders geen statutaire bestuurders van de belastingadvies-BV waren.De Centrale Raad van Beroep vond de maatschapakte, waaruit bleek dat er geen gezagsverhouding bestond tussen de verschillende maten, niet relevant. Evenmin van belang vond de Centrale Raad van Beroep dat ontslag als statutair directeur geen gevolgen had voor het voortbestaan van de maatschap en het daaruit voortvloeiende winstrecht.
Vijf besloten vennootschappen vormden samen een maatschap. De maatschapsleden waren de aandeelhouders van een belastingadvies-BV. Alle maatschapsleden hadden eenzelfde belang in de belastingadvies-BV. Eén van de maatschapsleden was statutair directeur van de belastingadvies-BV. Voor deze werkzaamheden betaalde de belastingadvies-BV geen afzonderlijke beloning. Volgens de maatschapovereenkomst ontvingen alle maten voor hun werkzaamheden een voorschot op het winstrecht. Het UWV was van mening dat er een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond tussen de belastingadvies-BV en de persoon die namens het maatschapslid de directie over de belastingadvies-BV voerde. De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat er was voldaan aan alle elementen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De werkzaamheden werden persoonlijk verricht. De benoeming als statutair directeur van de belastingadvies-BV was gebaseerd op de persoonlijke kwaliteiten van de directeur van het maatschapslid. Vervanging als directeur had zich nooit voorgedaan. Vanaf 1 juli 2000 betaalde de belastingadvies-BV maandelijks een managementfee voor de verrichte werkzaamheden. Deze vergoeding kwam naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep ten goede aan de directeur als loon voor de door hem verrichte werkzaamheden. Tenslotte was er ook een gezagsverhouding omdat de statutaire directeur een minderheidsbelang had in de belastingadvies-BV. Dat betekende dat hij door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders tegen zijn wil kon worden ontslagen. De uitzondering van gezamenlijk ondernemerschap deed zich ondanks de gelijke verdeling van de aandelen tussen de vijf maten niet voor, omdat de andere aandeelhouders geen statutaire bestuurders van de belastingadvies-BV waren.De Centrale Raad van Beroep vond de maatschapakte, waaruit bleek dat er geen gezagsverhouding bestond tussen de verschillende maten, niet relevant. Evenmin van belang vond de Centrale Raad van Beroep dat ontslag als statutair directeur geen gevolgen had voor het voortbestaan van de maatschap en het daaruit voortvloeiende winstrecht.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u