
Ondernemers die belaste prestaties verrichten moeten over de vergoedingen die zij aan hun afnemers in rekening brengen omzetbelasting berekenen
Een management-BV stuurde aan een 50%-deelneming waarvoor zij managementactiviteiten verrichtte geen facturen. In feite handelden de BV's alsof er een fiscale eenheid voor de omzetbelasting bestond. Na een bij de management-BV ingesteld boekenonderzoek legde de belastingdienst een naheffingsaanslag omzetbelasting op van € 92.150 en een vergrijpboete van € 16.000. De rechtbank verminderde de vergrijpboete tot € 13.822.
In hoger beroep stelde de management-BV zich op het standpunt dat sprake was van een fiscale eenheid. Dat er geen beschikking fiscale eenheid was van de inspecteur was niet van belang gezien jurisprudentie van de Hoge Raad. Omdat er niet aan de voorwaarden voor een fiscale eenheid omzetbelasting was voldaan, wees Hof Leeuwarden dat standpunt af. De vereiste verwevenheid in financieel opzicht ontbrak omdat de deelneming slechts een 50%-belang was en geen 100%-belang. De naheffing bleef daarom in stand.
Ten aanzien van de opgelegde boete was het aan grove schuld van de management-BV te wijten dat over de managementfee geen omzetbelasting was berekend. De BV was wettelijk verplicht om facturen aan haar afnemer uit te reiken en daar omzetbelasting over te berekenen. Door dat niet te doen handelde de BV dermate lichtvaardig dat sprake was van grove schuld. De management-BV had geen gebruik gemaakt van de diensten van een deskundige adviseur en was zelf verantwoordelijk voor haar handelen. Voor verdere matiging van de boete dan de rechtbank reeds had aangebracht zag het hof geen aanleiding.