Geen emigratieheffing pensioenrechten bij gelijktijdige emigratie en zetelverplaatsing pensioen-BV

De Hoge Raad heeft een aantal arresten gewezen over toepassing van de strafheffing in de loonbelasting over de waarde van pensioenrechten bij de zetelverplaatsing van een pensioen-BV. Eén van deze arresten heeft betrekking op de gelijktijdige emigratie van de DGA en zijn gezin en de verplaatsing van de zetel van de BV naar België in het jaar 1996. Door de zetelverplaatsing voldeed de BV niet meer aan de eis dat de pensioenvoorziening tot het binnenlandse ondernemingsvermogen moet behoren. Op het moment dat direct aan de emigratie vooraf ging rekende de belastingdienst de waarde van de pensioenaanspraak tot het belastbare inkomen van de DGA. Hof Arnhem was van oordeel dat met betrekking tot dat inkomensbestanddeel geen sprake was van een grensoverschrijdende situatie en dat daarom het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing daarop niet van toepassing was. In een van de andere arresten van de Hoge Raad over deze materie is beslist dat de belastingheffing van een inwoner van België over de waarde van zijn pensioenaanspraken in strijd is met het verdrag. De Hoge Raad ziet geen reden om bij gelijktijdige emigratie en zetelverplaatsing naar België anders te oordelen. Op het moment van de zetelverplaatsing van de BV kon niet gezegd worden dat de pensioengerechtigde nog in Nederland woonde en niet al in België. Heffing over de waarde van de pensioenaanspraken is dan in strijd met de goede trouw die in acht genomen moet worden bij de uitleg en toepassing van het verdrag. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof vernietigd en de aanslag inkomstenbelasting verminderd.
De Hoge Raad heeft een aantal arresten gewezen over toepassing van de strafheffing in de loonbelasting over de waarde van pensioenrechten bij de zetelverplaatsing van een pensioen-BV. Eén van deze arresten heeft betrekking op de gelijktijdige emigratie van de DGA en zijn gezin en de verplaatsing van de zetel van de BV naar België in het jaar 1996. Door de zetelverplaatsing voldeed de BV niet meer aan de eis dat de pensioenvoorziening tot het binnenlandse ondernemingsvermogen moet behoren. Op het moment dat direct aan de emigratie vooraf ging rekende de belastingdienst de waarde van de pensioenaanspraak tot het belastbare inkomen van de DGA. Hof Arnhem was van oordeel dat met betrekking tot dat inkomensbestanddeel geen sprake was van een grensoverschrijdende situatie en dat daarom het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing daarop niet van toepassing was. In een van de andere arresten van de Hoge Raad over deze materie is beslist dat de belastingheffing van een inwoner van België over de waarde van zijn pensioenaanspraken in strijd is met het verdrag. De Hoge Raad ziet geen reden om bij gelijktijdige emigratie en zetelverplaatsing naar België anders te oordelen. Op het moment van de zetelverplaatsing van de BV kon niet gezegd worden dat de pensioengerechtigde nog in Nederland woonde en niet al in België. Heffing over de waarde van de pensioenaanspraken is dan in strijd met de goede trouw die in acht genomen moet worden bij de uitleg en toepassing van het verdrag. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof vernietigd en de aanslag inkomstenbelasting verminderd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u