Geen dividendbelasting bij oneigenlijke deelneming

Bij de uitkering van dividend door een vennootschap aan haar aandeelhouders moet de vennootschap dividendbelasting inhouden. Het tarief van de dividendbelasting is 25%. Op grond van afspraken in verdragen geldt in een aantal gevallen een inhouding van 15%. Verder kan in zogenaamde deelnemingsverhoudingen de inhouding van dividendbelasting achterwege blijven. Een Nederlandse vennootschap had als aandeelhouder onder meer een in Luxemburg gevestigde vennootschap. Deze Luxemburgse vennootschap had een belang van 2,25%. Een dergelijk belang gold naar Nederlandse maatstaven als een oneigenlijke deelneming omdat het belang minder dan 5% bedroeg. In binnenlandse verhoudingen had in een dergelijk geval geen dividendbelasting ingehouden hoeven worden. In buitenlandse verhouding hoefde evenmin dividendbelasting ingehouden te worden mits het belang behoorde tot een Nederlandse vaste inrichting van de buitenlandse aandeelhouder. De Nederlandse vennootschap hield op de dividenduitkeringen in 2001 en 2003 25% dividendbelasting in. De Luxemburgse vennootschap diende een verzoek om teruggaaf van de ingehouden dividendbelasting in. De inspecteur verleende een teruggaaf, waardoor de dividendbelasting in overeenstemming met het belastingverdrag uitkwam op 15%. In Luxemburg gold het belang in de Nederlandse vennootschap als een deelneming. De Luxemburgse vennootschap was van mening dat inhouding van dividendbelasting in strijd was met het Europese recht. Volgens Hof Den Bosch was de inhouding van dividendbelasting in dit geval in strijd met de EG-verdragsbepalingen betreffende het vrije verkeer van kapitaal. De Hoge Raad heeft deze uitspraak met een verwijzing naar het arrest-Denkavit van het Hof van Justitie EG uit 2006 bevestigd.
Bij de uitkering van dividend door een vennootschap aan haar aandeelhouders moet de vennootschap dividendbelasting inhouden. Het tarief van de dividendbelasting is 25%. Op grond van afspraken in verdragen geldt in een aantal gevallen een inhouding van 15%. Verder kan in zogenaamde deelnemingsverhoudingen de inhouding van dividendbelasting achterwege blijven.
Een Nederlandse vennootschap had als aandeelhouder onder meer een in Luxemburg gevestigde vennootschap. Deze Luxemburgse vennootschap had een belang van 2,25%. Een dergelijk belang gold naar Nederlandse maatstaven als een oneigenlijke deelneming omdat het belang minder dan 5% bedroeg. In binnenlandse verhoudingen had in een dergelijk geval geen dividendbelasting ingehouden hoeven worden. In buitenlandse verhouding hoefde evenmin dividendbelasting ingehouden te worden mits het belang behoorde tot een Nederlandse vaste inrichting van de buitenlandse aandeelhouder.
De Nederlandse vennootschap hield op de dividenduitkeringen in 2001 en 2003 25% dividendbelasting in. De Luxemburgse vennootschap diende een verzoek om teruggaaf van de ingehouden dividendbelasting in. De inspecteur verleende een teruggaaf, waardoor de dividendbelasting in overeenstemming met het belastingverdrag uitkwam op 15%.
In Luxemburg gold het belang in de Nederlandse vennootschap als een deelneming. De Luxemburgse vennootschap was van mening dat inhouding van dividendbelasting in strijd was met het Europese recht.
Volgens Hof Den Bosch was de inhouding van dividendbelasting in dit geval in strijd met de EG-verdragsbepalingen betreffende het vrije verkeer van kapitaal. De Hoge Raad heeft deze uitspraak met een verwijzing naar het arrest-Denkavit van het Hof van Justitie EG uit 2006 bevestigd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u