Geen dienstbetrekking voor voormalig maatschapslid
Wanneer werkzaamheden in een privaatrechtelijke dienstbetrekking worden verricht brengt dat verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen mee. Om een arbeidsverhouding als dienstbetrekking te kwalificeren moet aan drie criteria zijn voldaan. Deze criteria zijn de verplichting om de arbeid persoonlijk te verrichten, de verplichting om loon te betalen en het bestaan van een gezagsverhouding. Het al dan niet bestaan van een gezagsverhouding is vaak doorslaggevend voor de kwalificatie van de arbeidsverhouding. Volgens de Centrale Raad van Beroep is het niet goed denkbaar dat een vroeger maatschapslid bij latere werkzaamheden voor de maatschap in een gezagsverhouding staat tot de overige maatschapsleden. De procedure betrof een oud-notaris, die na zijn defungeren als notaris als adviseur aan de maatschap verbonden bleef. Gedurende een periode van vijf jaar trad hij op als vaste waarnemer voor de notarissen van de maatschap. Als adviseur hield hij zich bezig met activiteiten op het gebied van public relations en acquisitie. Voor de waarnemingen ontving hij een vaste beloning van ƒ 2.000 per maand. Daarnaast adviseerde hij de maatschap bij de afwikkeling van juridisch complexe boedels. De adviseur verrichtte ook werkzaamheden voor andere notarissen. Het UWV was van mening dat de adviseur zijn werkzaamheden voor de maatschap in een dienstbetrekking verrichtte, waardoor sprake was van verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. Naar het oordeel van de rechtbank ontbrak de voor een dienstbetrekking vereiste gezagsverhouding, zodat ten onrechte verzekeringsplicht werd aangenomen door het UWV. De Centrale Raad van Beroep was het met de rechtbank eens.
Wanneer werkzaamheden in een privaatrechtelijke dienstbetrekking worden verricht brengt dat verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen mee. Om een arbeidsverhouding als dienstbetrekking te kwalificeren moet aan drie criteria zijn voldaan. Deze criteria zijn de verplichting om de arbeid persoonlijk te verrichten, de verplichting om loon te betalen en het bestaan van een gezagsverhouding. Het al dan niet bestaan van een gezagsverhouding is vaak doorslaggevend voor de kwalificatie van de arbeidsverhouding. Volgens de Centrale Raad van Beroep is het niet goed denkbaar dat een vroeger maatschapslid bij latere werkzaamheden voor de maatschap in een gezagsverhouding staat tot de overige maatschapsleden. De procedure betrof een oud-notaris, die na zijn defungeren als notaris als adviseur aan de maatschap verbonden bleef. Gedurende een periode van vijf jaar trad hij op als vaste waarnemer voor de notarissen van de maatschap. Als adviseur hield hij zich bezig met activiteiten op het gebied van public relations en acquisitie. Voor de waarnemingen ontving hij een vaste beloning van ƒ 2.000 per maand. Daarnaast adviseerde hij de maatschap bij de afwikkeling van juridisch complexe boedels. De adviseur verrichtte ook werkzaamheden voor andere notarissen. Het UWV was van mening dat de adviseur zijn werkzaamheden voor de maatschap in een dienstbetrekking verrichtte, waardoor sprake was van verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. Naar het oordeel van de rechtbank ontbrak de voor een dienstbetrekking vereiste gezagsverhouding, zodat ten onrechte verzekeringsplicht werd aangenomen door het UWV. De Centrale Raad van Beroep was het met de rechtbank eens.