Voor het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking moet volgens het Burgerlijk Wetboek aan drie voorwaarden zijn voldaan:
- er moet een gezagsverhouding zijn tussen de werkgever en de werknemer,
- de werknemer moet de arbeid persoonlijk verrichten, en
- de werkgever is verplicht om loon te betalen.
Is aan deze voorwaarden voldaan, dan is de werkgever verplicht om loonbelasting en premies in te houden op het betaalde loon.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op aan een bedrijf. De aanslag was gebaseerd op het bestaan van een dienstbetrekking, ondanks het ontbreken van een schriftelijke arbeidsovereenkomst. Voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding verwees de inspecteur naar een overeenkomst van opdracht, door partijen consultancy-agreement genoemd, en een later gesloten arbeidsovereenkomst. Deze vormden volgens Hof Den Haag geen bewijs voor een gezagsverhouding in de periode waarop de naheffingsaanslag betrekking had. De werkzaamheden volgens de consultancy-agreement weken sterk af van de werkzaamheden in de periode waarin volgens de inspecteur sprake was van een gezagsverhouding. Het bestaan van die verhouding was daarmee niet uit deze overeenkomst af te leiden. De vermeende werknemer verrichtte in de betreffende periode ook werkzaamheden voor andere opdrachtgevers. Vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding vernietigde het Hof de naheffingsaanslag.