Geen deelname aan vertrekregeling via kantonrechter

In verband met een reorganisatie waarbij gedwongen ontslagen niet werden uitgesloten stelde een werkgever een vrijwillige vertrekregeling in. Werknemers die daarvoor in aanmerking kwamen konden onder toekenning van een vertrekpremie overeenkomstig de kantonrechtersformule het dienstverband met wederzijds goedvinden beƫindigen. Voorwaarde voor deelname aan de vertrekregeling was de goedkeuring door de leidinggevende van de betreffende werknemer. Een werknemer wiens verzoek om deelname aan de vertrekregeling werd afgewezen probeerde via de kantonrechter alsnog ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding te regelen. De kantonrechter was van oordeel dat het weinig zin had om de arbeidsovereenkomst te laten voortbestaan omdat de werknemer niet meer voor de werkgever wilde werken. Er was echter geen aanleiding om de werkgever aan de werknemer een vertrekvergoeding te laten betalen. De reden voor ontbinding lag in de wens van de werknemer om te vertrekken. De kantonrechter heeft niet de bevoegdheid om de vrijwillige vertrekregeling van de werkgever voor overtollige werknemers via de ontbindingsprocedure ook aan te bieden aan werknemers die niet overtollig zijn. Omdat in afwijking van het verzoek tot ontbinding de kantonrechter geen vertrekvergoeding toekende gaf hij de werknemer de gelegenheid om het verzoek in te trekken alvorens tot ontbinding over te gaan.
In verband met een reorganisatie waarbij gedwongen ontslagen niet werden uitgesloten stelde een werkgever een vrijwillige vertrekregeling in. Werknemers die daarvoor in aanmerking kwamen konden onder toekenning van een vertrekpremie overeenkomstig de kantonrechtersformule het dienstverband met wederzijds goedvinden beƫindigen. Voorwaarde voor deelname aan de vertrekregeling was de goedkeuring door de leidinggevende van de betreffende werknemer. Een werknemer wiens verzoek om deelname aan de vertrekregeling werd afgewezen probeerde via de kantonrechter alsnog ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding te regelen. De kantonrechter was van oordeel dat het weinig zin had om de arbeidsovereenkomst te laten voortbestaan omdat de werknemer niet meer voor de werkgever wilde werken. Er was echter geen aanleiding om de werkgever aan de werknemer een vertrekvergoeding te laten betalen. De reden voor ontbinding lag in de wens van de werknemer om te vertrekken. De kantonrechter heeft niet de bevoegdheid om de vrijwillige vertrekregeling van de werkgever voor overtollige werknemers via de ontbindingsprocedure ook aan te bieden aan werknemers die niet overtollig zijn. Omdat in afwijking van het verzoek tot ontbinding de kantonrechter geen vertrekvergoeding toekende gaf hij de werknemer de gelegenheid om het verzoek in te trekken alvorens tot ontbinding over te gaan.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u