Geen cassatie tegen uitspraak over aftrek hypotheekrente
Over de aftrekbaarheid van hypotheekrente heeft de Hoge Raad meerdere arresten gewezen. Voor aftrekbaarheid is namelijk vereist dat het geleende geld wordt besteed aan de aankoop, het onderhoud of de verbouwing van een eigen woning. Besteding aan andere doelen dan de eigen woning heeft tot gevolg dat de rente niet aftrekbaar is. Vooral bij externe financiering achteraf van verbouwingen of bij financiering voorafgaand aan verbouwingen is niet altijd duidelijk hoe de middelen worden besteed. Volgens de Hoge Raad is het oogmerk om geleend geld te besteden aan de eigen woning niet meer aanwezig indien het geld wordt uitgegeven voor andere doeleinden en de belanghebbende niet een vergelijkbaar bedrag liquide beschikbaar heeft.
In een uitspraak van Hof Leeuwarden resteerde na verkoop van de oude woning en aflossing van de oude hypotheek een bedrag van € 115.447. De belanghebbende leende voor de aankoop van zijn nieuwe woning een bedrag dat hoger was dan de aankoopsom en verplichtte zich om een bedrag van € 90.302 op een beleggingsrekening te storten. Het restant van de verkoopopbrengst was hoog genoeg om deze storting te doen. Dat de verkoopopbrengst niet rechtstreeks op de beleggingsrekening was gestort, maar was gebruikt om de nieuwe woning te betalen, waarna een bedrag uit de nieuwe lening op de beleggingsrekening was gestort had geen gevolgen voor de aftrekbaarheid van de rente. De staatssecretaris van Financiën heeft besloten geen beroep in cassatie in te stellen tegen deze uitspraak.
Over de aftrekbaarheid van hypotheekrente heeft de Hoge Raad meerdere arresten gewezen. Voor aftrekbaarheid is namelijk vereist dat het geleende geld wordt besteed aan de aankoop, het onderhoud of de verbouwing van een eigen woning. Besteding aan andere doelen dan de eigen woning heeft tot gevolg dat de rente niet aftrekbaar is. Vooral bij externe financiering achteraf van verbouwingen of bij financiering voorafgaand aan verbouwingen is niet altijd duidelijk hoe de middelen worden besteed. Volgens de Hoge Raad is het oogmerk om geleend geld te besteden aan de eigen woning niet meer aanwezig indien het geld wordt uitgegeven voor andere doeleinden en de belanghebbende niet een vergelijkbaar bedrag liquide beschikbaar heeft.
In een uitspraak van Hof Leeuwarden resteerde na verkoop van de oude woning en aflossing van de oude hypotheek een bedrag van € 115.447. De belanghebbende leende voor de aankoop van zijn nieuwe woning een bedrag dat hoger was dan de aankoopsom en verplichtte zich om een bedrag van € 90.302 op een beleggingsrekening te storten. Het restant van de verkoopopbrengst was hoog genoeg om deze storting te doen. Dat de verkoopopbrengst niet rechtstreeks op de beleggingsrekening was gestort, maar was gebruikt om de nieuwe woning te betalen, waarna een bedrag uit de nieuwe lening op de beleggingsrekening was gestort had geen gevolgen voor de aftrekbaarheid van de rente. De staatssecretaris van Financiën heeft besloten geen beroep in cassatie in te stellen tegen deze uitspraak.