Geen cassatie tegen uitspraak landbouwvrijstelling

De waardestijging van grond in agrarisch gebruik behoort niet tot de winst uit onderneming, maar valt onder de zogenaamde landbouwvrijstelling. Het verschil tussen de waarde in het economische verkeer bij agrarische bestemming en de boekwaarde van de grond bij verkoop is door de toepassing van de landbouwvrijstelling niet belast. De vraag was hoe de landbouwvrijstelling moest worden toegepast bij de verkoop van een fruitteeltbedrijf aan iemand die daar een akkerbouw- en veeteeltbedrijf ging uitoefenen. De koper had bij de koop bedongen dat de verkoper de bomen zou rooien. De beregeningsinstallatie mocht wel blijven zitten. De verkoper bracht de boekwaarde van de fruitbomen en de boompalen (totaalbedrag ruim € 110.000) en van de beregeningsinstallatie ten laste van de winst. De rechtbank vond dat de fruitteler de boekwaarde van de fruitbomen en de boompalen had opgeofferd om de grond vrij te kunnen maken voor de verkoop. Gevolg was dat de boekwaarde daarvan aan de boekwaarde van de grond moest worden toegerekend en dus niet in aftrek kwam op de winst. De verkoopopbrengst van gerooide bomen moest worden verantwoord als opbrengst sloopmaterialen. In hoger beroep oordeelde Hof Arnhem anders. Door de verwijdering van de fruitbomen is de waarde van de grond niet vermeerderd met de boekwaarde van die bomen. In de koopovereenkomst was geen aanwijzing te vinden dat de koopsom voor de grond een vergoeding bevatte voor de fruitbomen. De koper was slechts geïnteresseerd in de grond. Volgens het Hof gold als uitgangspunt dat het de bedoeling van de fruitteler was om de tot zijn onderneming behorende activa te verkopen en niet om de grond geschikt te maken voor de akkerbouw of veeteelt. De met de verkoop van de grond behaalde winst viel onder de landbouwvrijstelling. De opbrengst van de verkoop en sloop van de boomopstanden viel in de normaal belaste winst. De staatssecretaris gaat niet in cassatie. Bepalend daarvoor is het feitelijke oordeel van het Hof dat de koper uitsluitend betaald heeft voor de grond. Een feitelijk oordeel is in cassatie alleen aantastbaar indien het onbegrijpelijk is of onvoldoende onderbouwd. Dat is niet het geval. De waardetoename van de grond bedraagt het verschil tussen de boekwaarde van de grond en de opbrengst. Dit is de waardetoename van de desbetreffende grond (in het economische verkeer bij agrarische bestemming) gedurende de bezitsperiode van de fruitteler. Overigens heeft Hof Den Haag al in 1976 een vergelijkbare kwestie behandeld. Ook tegen die uitspraak is geen beroep in cassatie ingesteld.
De waardestijging van grond in agrarisch gebruik behoort niet tot de winst uit onderneming, maar valt onder de zogenaamde landbouwvrijstelling. Het verschil tussen de waarde in het economische verkeer bij agrarische bestemming en de boekwaarde van de grond bij verkoop is door de toepassing van de landbouwvrijstelling niet belast.
De vraag was hoe de landbouwvrijstelling moest worden toegepast bij de verkoop van een fruitteeltbedrijf aan iemand die daar een akkerbouw- en veeteeltbedrijf ging uitoefenen. De koper had bij de koop bedongen dat de verkoper de bomen zou rooien. De beregeningsinstallatie mocht wel blijven zitten. De verkoper bracht de boekwaarde van de fruitbomen en de boompalen (totaalbedrag ruim € 110.000) en van de beregeningsinstallatie ten laste van de winst. De rechtbank vond dat de fruitteler de boekwaarde van de fruitbomen en de boompalen had opgeofferd om de grond vrij te kunnen maken voor de verkoop. Gevolg was dat de boekwaarde daarvan aan de boekwaarde van de grond moest worden toegerekend en dus niet in aftrek kwam op de winst. De verkoopopbrengst van gerooide bomen moest worden verantwoord als opbrengst sloopmaterialen.
In hoger beroep oordeelde Hof Arnhem anders. Door de verwijdering van de fruitbomen is de waarde van de grond niet vermeerderd met de boekwaarde van die bomen. In de koopovereenkomst was geen aanwijzing te vinden dat de koopsom voor de grond een vergoeding bevatte voor de fruitbomen. De koper was slechts geïnteresseerd in de grond. Volgens het Hof gold als uitgangspunt dat het de bedoeling van de fruitteler was om de tot zijn onderneming behorende activa te verkopen en niet om de grond geschikt te maken voor de akkerbouw of veeteelt. De met de verkoop van de grond behaalde winst viel onder de landbouwvrijstelling. De opbrengst van de verkoop en sloop van de boomopstanden viel in de normaal belaste winst.
De staatssecretaris gaat niet in cassatie. Bepalend daarvoor is het feitelijke oordeel van het Hof dat de koper uitsluitend betaald heeft voor de grond. Een feitelijk oordeel is in cassatie alleen aantastbaar indien het onbegrijpelijk is of onvoldoende onderbouwd. Dat is niet het geval. De waardetoename van de grond bedraagt het verschil tussen de boekwaarde van de grond en de opbrengst. Dit is de waardetoename van de desbetreffende grond (in het economische verkeer bij agrarische bestemming) gedurende de bezitsperiode van de fruitteler. Overigens heeft Hof Den Haag al in 1976 een vergelijkbare kwestie behandeld. Ook tegen die uitspraak is geen beroep in cassatie ingesteld.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u