Geen cassatie tegen lage latentie bij geruisloze inbreng
Een van de (standaard)voorwaarden voor de geruisloze inbreng van een onderneming in een BV onder de Wet IB 1964 was dat de uit te geven aandelen à pari volgestort werden. Het uit te geven aandelenkapitaal werd berekend op basis van de waarde in het economische verkeer van de onderneming, rekening houdend met latent verschuldigde vennootschapsbelasting van ten minste 20%. De bedoeling van de regeling was om de inkomstenbelastingclaim op de onderneming om te zetten in een vennootschapsbelastingclaim zonder een latent verlies of een latente winst voor het aanmerkelijk belang ten tijde van de inbreng. De hoogte van de latente vennootschapsbelasting gold zowel voor de omvang van het gestorte kapitaal als voor de vaststelling van de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang. Hof Amsterdam heeft onlangs in een uitspraak toegestaan dat bij de vaststelling van de verkrijgingsprijs van een aanmerkelijk belang de latente vennootschapsbelasting op 12% werd gesteld. Dat percentage gold vanwege de lange afschrijvingsduur ook voor de berekening van het aandelenkapitaal. De staatssecretaris van Financiën heeft laten weten dat hij niet in cassatie gaat tegen deze uitspraak. De staatssecretaris vindt het niet gewenst om bij de vaststelling van de verkrijgingsprijs van de aandelen af te wijken van de werkelijke hoogte van de latente vennootschapsbelasting.
Een van de (standaard)voorwaarden voor de geruisloze inbreng van een onderneming in een BV onder de Wet IB 1964 was dat de uit te geven aandelen à pari volgestort werden. Het uit te geven aandelenkapitaal werd berekend op basis van de waarde in het economische verkeer van de onderneming, rekening houdend met latent verschuldigde vennootschapsbelasting van ten minste 20%. De bedoeling van de regeling was om de inkomstenbelastingclaim op de onderneming om te zetten in een vennootschapsbelastingclaim zonder een latent verlies of een latente winst voor het aanmerkelijk belang ten tijde van de inbreng. De hoogte van de latente vennootschapsbelasting gold zowel voor de omvang van het gestorte kapitaal als voor de vaststelling van de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang. Hof Amsterdam heeft onlangs in een uitspraak toegestaan dat bij de vaststelling van de verkrijgingsprijs van een aanmerkelijk belang de latente vennootschapsbelasting op 12% werd gesteld. Dat percentage gold vanwege de lange afschrijvingsduur ook voor de berekening van het aandelenkapitaal. De staatssecretaris van Financiën heeft laten weten dat hij niet in cassatie gaat tegen deze uitspraak. De staatssecretaris vindt het niet gewenst om bij de vaststelling van de verkrijgingsprijs van de aandelen af te wijken van de werkelijke hoogte van de latente vennootschapsbelasting.