
Onlangs oordeelde Hof Den Bosch dat een in België wonende ziekenverzorgster die als zelfstandige cliënten in Nederland verzorgde, over een vaste inrichting in Nederland beschikte. Die vaste inrichting bestond uit een in het huis van haar moeder gehuurde kamer. De kamer werd gebruikt voor de administratie en als uitvalsbasis voor het werk. De inspecteur had het verzoek om een VAR-wuo afgewezen omdat de gehuurde kamer geen vaste inrichting vormde. Het hof was van oordeel dat de ziekenverzorgster recht had op een VAR.
Hoewel de minister van Financiën het niet eens is met de opvatting van het hof stelt hij geen cassatieberoep in. Het beleid inzake VAR-beschikkingen is gewijzigd omdat ook niet-inwoners belang bij een dergelijke beschikking kunnen hebben. Per 1 juni 2010 behandelt het landelijke coördinatiepunt VAR ook buitenlandse aanvragen. Een VAR wordt nu ook afgegeven aan een niet-inwoner, ongeacht of hij in Nederland belastingplichtig is.