Geen cassatie tegen Hofuitspraak over splitsing lijfrentepolis

In verband met de staking van zijn onderneming sloot iemand op 31 augustus 2000 tegen betaling van een koopsom van € 355 657 twee lijfrenteverzekeringen. De eerste verzekering was een direct ingaande tijdelijke lijfrente van € 36 466 per jaar met een looptijd van 15 jaar. De tweede verzekering was een tijdelijke overlevingsrente van € 18 233 per jaar op het leven van zijn echtgenote, ingaande na zijn overlijden vóór 28 juni 2015. De stakingswinst bedroeg € 363 024; de stand van de FOR op 1 januari 1999 was € 93 805. Volgens Hof bestond de tijdelijke lijfrente in feite uit een overbruggingslijfrente en een tijdelijke oudedagslijfrente. De tijdelijke oudedagslijfrente voldeed niet aan het wettelijke vereiste ingangstijdstip en kwam dus niet in aanmerking voor aftrek. Volgens het Hof kwam een gedeelte van de koopsom van € 254 256 in aanmerking voor aftrek.De minister van Financiën heeft het beroepschrift in cassatie ingetrokken, omdat hij bij nader inzien van mening is dat het oordeel van het Hof inzake de splitsing van de overeengekomen lijfrente juist is. Dit betekent dat in een situatie van meer dan één lijfrenteovereenkomst voor iedere lijfrente afzonderlijk moet worden bezien tot welke aftrek dit zou kunnen leiden en dat vervolgens het hoogste aftrekbedrag in aanmerking wordt genomen. Cumulatie van de afzonderlijke aftrekbedragen is niet mogelijk.
In verband met de staking van zijn onderneming sloot iemand op 31 augustus 2000 tegen betaling van een koopsom van € 355 657 twee lijfrenteverzekeringen. De eerste verzekering was een direct ingaande tijdelijke lijfrente van € 36 466 per jaar met een looptijd van 15 jaar. De tweede verzekering was een tijdelijke overlevingsrente van € 18 233 per jaar op het leven van zijn echtgenote, ingaande na zijn overlijden vóór 28 juni 2015. De stakingswinst bedroeg € 363 024; de stand van de FOR op 1 januari 1999 was € 93 805. Volgens Hof bestond de tijdelijke lijfrente in feite uit een overbruggingslijfrente en een tijdelijke oudedagslijfrente. De tijdelijke oudedagslijfrente voldeed niet aan het wettelijke vereiste ingangstijdstip en kwam dus niet in aanmerking voor aftrek. Volgens het Hof kwam een gedeelte van de koopsom van € 254 256 in aanmerking voor aftrek.De minister van Financiën heeft het beroepschrift in cassatie ingetrokken, omdat hij bij nader inzien van mening is dat het oordeel van het Hof inzake de splitsing van de overeengekomen lijfrente juist is. Dit betekent dat in een situatie van meer dan één lijfrenteovereenkomst voor iedere lijfrente afzonderlijk moet worden bezien tot welke aftrek dit zou kunnen leiden en dat vervolgens het hoogste aftrekbedrag in aanmerking wordt genomen. Cumulatie van de afzonderlijke aftrekbedragen is niet mogelijk.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u