Geen boete bij naheffing omzetbelasting na onjuiste verwerking belaste levering pand

Twee ondernemers kochten in 2003 een bedrijfspand ten behoeve van een door hen met ingang van 1 januari 2004 te vormen vennootschap onder firma. De notaris die was belast met de levering deed namens verkoper en kopers het verzoek om een belaste levering voor de omzetbelasting. Bij het verzoek was een verklaring van de kopers gevoegd waaruit bleek dat zij recht hadden op aftrek van voorbelasting op het bedrijfspand. Voor een op verzoek belaste levering van een onroerende zaak geldt een verleggingsregeling. De verkoper mag geen omzetbelasting op de factuur vermelden. De notaris nam echter bij vergissing wel een bedrag aan omzetbelasting op in de eindafrekening van de levering. Deze eindafrekening stelde hij op naam van een van de kopers. De bank stortte de koopsom van het bedrijfspand inclusief omzetbelasting op de derdenrekening van de notaris. Nadat de notaris had geconstateerd dat de verplichte verleggingsregeling niet was toegepast en dat een onjuiste nota van afrekening was afgegeven stortte de notaris de omzetbelasting terug. De notaris bracht de kopers hiervan niet op de hoogte. De koper bracht de op de afrekening van de notaris vermelde omzetbelasting als voorbelasting in aftrek op de aangifte omzetbelasting. De verlegde omzetbelasting wegens de levering van het bedrijfspand werd niet in de aangifte verwerkt. Uiteindelijk volgde een naheffingsaanslag omzetbelasting ter correctie van de onterechte teruggaaf, met een vergrijpboete van € 10.000. De inspecteur was van mening dat het aan grove schuld van de koper was te wijten dat ten onrechte omzetbelasting was terugontvangen. De rechtbank was van oordeel dat de inspecteur grove schuld niet aannemelijk maakte. De koper had zijn handelen afgestemd op de door de notaris verstrekte informatie. De belastingdienst had de onjuiste nota van afrekening ter inzage gehad en daarop de teruggaaf van voorbelasting gebaseerd. Volgens de rechtbank had het de belastingdienst direct duidelijk moeten zijn dat de omzetbelasting niet in rekening was gebracht aan de belanghebbende in deze procedure maar aan de andere koper. De daarop gevolgde teruggave was niet aan grove schuld van de koper te wijten.
Twee ondernemers kochten in 2003 een bedrijfspand ten behoeve van een door hen met ingang van 1 januari 2004 te vormen vennootschap onder firma. De notaris die was belast met de levering deed namens verkoper en kopers het verzoek om een belaste levering voor de omzetbelasting. Bij het verzoek was een verklaring van de kopers gevoegd waaruit bleek dat zij recht hadden op aftrek van voorbelasting op het bedrijfspand. Voor een op verzoek belaste levering van een onroerende zaak geldt een verleggingsregeling. De verkoper mag geen omzetbelasting op de factuur vermelden. De notaris nam echter bij vergissing wel een bedrag aan omzetbelasting op in de eindafrekening van de levering. Deze eindafrekening stelde hij op naam van een van de kopers. De bank stortte de koopsom van het bedrijfspand inclusief omzetbelasting op de derdenrekening van de notaris. Nadat de notaris had geconstateerd dat de verplichte verleggingsregeling niet was toegepast en dat een onjuiste nota van afrekening was afgegeven stortte de notaris de omzetbelasting terug. De notaris bracht de kopers hiervan niet op de hoogte. De koper bracht de op de afrekening van de notaris vermelde omzetbelasting als voorbelasting in aftrek op de aangifte omzetbelasting. De verlegde omzetbelasting wegens de levering van het bedrijfspand werd niet in de aangifte verwerkt. Uiteindelijk volgde een naheffingsaanslag omzetbelasting ter correctie van de onterechte teruggaaf, met een vergrijpboete van € 10.000. De inspecteur was van mening dat het aan grove schuld van de koper was te wijten dat ten onrechte omzetbelasting was terugontvangen. De rechtbank was van oordeel dat de inspecteur grove schuld niet aannemelijk maakte. De koper had zijn handelen afgestemd op de door de notaris verstrekte informatie. De belastingdienst had de onjuiste nota van afrekening ter inzage gehad en daarop de teruggaaf van voorbelasting gebaseerd. Volgens de rechtbank had het de belastingdienst direct duidelijk moeten zijn dat de omzetbelasting niet in rekening was gebracht aan de belanghebbende in deze procedure maar aan de andere koper. De daarop gevolgde teruggave was niet aan grove schuld van de koper te wijten.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u