Geen bijtelling privégebruik taxi

In een taxi moet een zogenaamde taxameter zijn ingebouwd die de gedurende de rit verreden kilometers en de aan de klant in rekening te brengen prijs registreert. Deze registratie is op de taxameter zichtbaar. Dat geeft de klant de gelegenheid de in rekening gebrachte prijs te controleren. Voor een taxibedrijf vervult de taxameter de rol van een kassa in een winkel. De taxameter kan worden aangesloten op een printer om aan de klant een bonnetje te kunnen verstrekken. Volgens Hof Arnhem is de taxameter onderdeel van de administratie en is een taxiondernemer verplicht deze inclusief de daarop vastgelegde gegevens zeven jaar te bewaren. Een taxiondernemer die zijn taxameter dagelijks na afloop van zijn werkzaamheden op nul zette en die de primaire gegevens van de ritten niet administreerde omdat hij geen uitdraai daarvan maakte en de gegevens evenmin in het geheugen van de taxameter opsloeg, voldeed niet aan zijn administratieplicht. Wel beschikte de taxiondernemer over de door hem ingevulde rittenkaarten. De mogelijkheid om deze rittenkaarten te controleren ontbrak echter omdat de door de taxameter geregistreerde gegevens waren gewist. De taxiondernemer had een compagnon die ook in de taxi reed. Diens rittenkaarten ontbraken. Het Hof accepteerde als bewijs voor het ontbreken van privégebruik van de taxi de op de rittenstaten vermelde aantallen kilometers en kilometerstanden. De inspecteur had verzuimd om de rittenkaarten van de compagnon op te vragen ter controle van de gegevens op de rittenkaarten van de taxiondernemer. Voor het recht op teruggaaf van de BPM moest de vraag worden beantwoord of de auto voor tenminste 90% als taxi was gebruikt. Dat kon niet uit de omzetcijfers worden afgeleid. Door het ontbreken van de rittenkaarten van de compagnon kon de mogelijkheid dat de auto voor andere doelen was ingezet niet worden uitgesloten. Het ontbreken van de rittenkaarten was een omstandigheid die voor rekening van de taxiondernemer als kentekenhouder van de auto kwam. De naheffing van de aanvankelijk teruggegeven BPM bleef in stand, al vond het Hof het door de taxiondernemer ingenomen standpunt dat hij recht had op teruggaaf destijds wel pleitbaar. Met behulp van de rittenkaarten van de compagnon had hij het gebruik als taxi kunnen bewijzen. Dat zijn compagnon door privéproblemen met de noorderzon zou vertrekken kon de taxiondernemer niet voorzien. De boete verviel daarom.
In een taxi moet een zogenaamde taxameter zijn ingebouwd die de gedurende de rit verreden kilometers en de aan de klant in rekening te brengen prijs registreert. Deze registratie is op de taxameter zichtbaar. Dat geeft de klant de gelegenheid de in rekening gebrachte prijs te controleren. Voor een taxibedrijf vervult de taxameter de rol van een kassa in een winkel. De taxameter kan worden aangesloten op een printer om aan de klant een bonnetje te kunnen verstrekken. Volgens Hof Arnhem is de taxameter onderdeel van de administratie en is een taxiondernemer verplicht deze inclusief de daarop vastgelegde gegevens zeven jaar te bewaren.
Een taxiondernemer die zijn taxameter dagelijks na afloop van zijn werkzaamheden op nul zette en die de primaire gegevens van de ritten niet administreerde omdat hij geen uitdraai daarvan maakte en de gegevens evenmin in het geheugen van de taxameter opsloeg, voldeed niet aan zijn administratieplicht. Wel beschikte de taxiondernemer over de door hem ingevulde rittenkaarten. De mogelijkheid om deze rittenkaarten te controleren ontbrak echter omdat de door de taxameter geregistreerde gegevens waren gewist.
De taxiondernemer had een compagnon die ook in de taxi reed. Diens rittenkaarten ontbraken.
Het Hof accepteerde als bewijs voor het ontbreken van privégebruik van de taxi de op de rittenstaten vermelde aantallen kilometers en kilometerstanden. De inspecteur had verzuimd om de rittenkaarten van de compagnon op te vragen ter controle van de gegevens op de rittenkaarten van de taxiondernemer.
Voor het recht op teruggaaf van de BPM moest de vraag worden beantwoord of de auto voor tenminste 90% als taxi was gebruikt. Dat kon niet uit de omzetcijfers worden afgeleid. Door het ontbreken van de rittenkaarten van de compagnon kon de mogelijkheid dat de auto voor andere doelen was ingezet niet worden uitgesloten. Het ontbreken van de rittenkaarten was een omstandigheid die voor rekening van de taxiondernemer als kentekenhouder van de auto kwam. De naheffing van de aanvankelijk teruggegeven BPM bleef in stand, al vond het Hof het door de taxiondernemer ingenomen standpunt dat hij recht had op teruggaaf destijds wel pleitbaar. Met behulp van de rittenkaarten van de compagnon had hij het gebruik als taxi kunnen bewijzen. Dat zijn compagnon door privéproblemen met de noorderzon zou vertrekken kon de taxiondernemer niet voorzien. De boete verviel daarom.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u