
In een procedure stelde iemand zich op het standpunt dat hij een bezwaarschrift had ingediend tegen de hem opgelegde aanslag inkomstenbelasting voor het jaar
De belanghebbende moest aannemelijk maken dat hij tijdig bezwaar tegen de aanslag had gemaakt. Het postboek van zijn gemachtigde bevatte een aantekening die verwees naar de verzending van een bezwaarschrift van de belanghebbende op 5 april 2006. Anders dan de rechtbank vond Hof Amsterdam dat deze aantekening het tijdig indienen van een bezwaarschrift niet aannemelijk maakte. Hof Amsterdam was van oordeel dat de ontvanger terecht kosten van invordering in rekening had gebracht.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgewezen. Volgens de Hoge Raad heeft het hof de bewijslast juist verdeeld. De aantekening in het postboek van de gemachtigde was geen bewijs voor het verzenden van een bezwaarschrift door de belanghebbende.