
Over de aftrekbaarheid van kosten van deelnemingen zijn al vele procedures gevoerd.
Een in Nederland gevestigde tussenholding wilde alsnog een bedrag van € 5,5 miljoen aan rentekosten en valutaresultaat in aftrek brengen op haar winst over het jaar 2000. Volgens de wettelijke regeling waren dergelijke kosten van aftrek uitgesloten voor zover ze niet dienstbaar waren aan het behalen van in Nederland belastbare winst. De tussenholding meende dat de uitsluiting strijdig is met de in het EG-verdrag vastgelegde vrijheid van kapitaalverkeer.
Gelet op de rechtspraak van de Hoge Raad en een beschikking van het Hof van Justitie EG moet worden vastgesteld of een aandeelhouder zoveel invloed heeft op de besluitvorming van een deelneming dat de aandeelhouder de activiteiten van de deelneming kan bepalen. Is dat het geval dan wordt niet toegekomen aan toetsing aan de vrijheid van kapitaalverkeer maar alleen aan de vrijheid van vestiging. De vrijheid van vestiging heeft geen werking bij deelnemingen buiten de EU of bij deelnemingen in andere lidstaten die hoofdzakelijk buiten de EU belastbare winst behalen. In dit geval ging het om meerderheidsdeelnemingen buiten de EU. De tussenholding kon daarom geen beroep doen op het EG-verdrag.