Geen berekening van invorderingskosten door schending afspraak met inspecteur
De inspecteur stelde bij een belastingplichtige een boekenonderzoek in dat betrekking had op de omzetbelasting over het jaar 2003. Dat had een teruggaaf omzetbelasting tot gevolg van € 90.588. Nog tijdens het boekenonderzoek maakte de belastingplichtige met de inspecteur de afspraak dat deze teruggaaf zou worden verrekend met de naheffingsaanslag omzetbelasting over het vierde kwartaal 2004. Die afspraak werd gemaakt omdat de belastingplichtige vanwege de debetstand op de bankrekening de naheffingsaanslag niet zou kunnen betalen.De teruggaaf werd echter door de belastingdienst verwerkt voordat de naheffingsaanslag omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2004 was vastgesteld. Verrekening was daardoor niet mogelijk. Ondanks aanmaningen betaalde de belastingplichtige het verschuldigde bedrag niet. Uiteindelijk vaardigde de ontvanger een dwangbevel uit. Naar het oordeel van de rechtbank was de ontvanger gebonden aan de door de inspecteur gemaakte afspraak over verrekening. Als verweerder volgens afspraak had gehandeld zou er geen dwangbevel zijn uitgevaardigd omdat het gehele bedrag zou zijn voldaan. Onder deze omstandigheden was het onredelijk om betekeningskosten in rekening te brengen, omdat de belastingplichtige erop mocht vertrouwen dat de ontvanger zou handelen volgens de met de inspecteur gemaakte afspraken.
De inspecteur stelde bij een belastingplichtige een boekenonderzoek in dat betrekking had op de omzetbelasting over het jaar 2003. Dat had een teruggaaf omzetbelasting tot gevolg van € 90.588. Nog tijdens het boekenonderzoek maakte de belastingplichtige met de inspecteur de afspraak dat deze teruggaaf zou worden verrekend met de naheffingsaanslag omzetbelasting over het vierde kwartaal 2004. Die afspraak werd gemaakt omdat de belastingplichtige vanwege de debetstand op de bankrekening de naheffingsaanslag niet zou kunnen betalen.De teruggaaf werd echter door de belastingdienst verwerkt voordat de naheffingsaanslag omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2004 was vastgesteld. Verrekening was daardoor niet mogelijk. Ondanks aanmaningen betaalde de belastingplichtige het verschuldigde bedrag niet. Uiteindelijk vaardigde de ontvanger een dwangbevel uit. Naar het oordeel van de rechtbank was de ontvanger gebonden aan de door de inspecteur gemaakte afspraak over verrekening. Als verweerder volgens afspraak had gehandeld zou er geen dwangbevel zijn uitgevaardigd omdat het gehele bedrag zou zijn voldaan. Onder deze omstandigheden was het onredelijk om betekeningskosten in rekening te brengen, omdat de belastingplichtige erop mocht vertrouwen dat de ontvanger zou handelen volgens de met de inspecteur gemaakte afspraken.