
Bij de registratie van een auto in Nederland moet aangifte gedaan worden voor de BPM. De BPM was in het verleden afhankelijk van de netto catalogusprijs van de auto en van de brandstofsoort. Inmiddels is de BPM grotendeels afhankelijk van de CO2-uitstoot. De netto catalogusprijs is de door de importeur of de fabrikant kenbaar gemaakte adviesverkoopprijs, verminderd met de daarin begrepen omzetbelasting. De vraag in een procedure was of de wetgever de ruimte heeft gelaten voor een andere grondslag dan de geadviseerde verkoopprijs.
De procedure had betrekking op een nog ongebruikte auto van vier jaar oud die iemand op een veiling had gekocht voor een prijs die beduidend lager was dan de oorspronkelijke nieuwprijs. De auto moest na de aankoop nog geregistreerd worden. Bij de berekening van de BPM werd uitgegaan van de oorspronkelijke netto catalogusprijs. De koper meende echter dat het BPM-bedrag gezien de bijzondere omstandigheden te hoog was en bepleitte een andere grondslag voor de berekening daarvan dan de netto catalogusprijs. Hof Leeuwarden volgde het pleidooi van de koper niet. Volgens het hof heeft de wetgever ervoor gekozen de catalogusprijs voor de toepassing van de Wet BPM te objectiveren om discussie over de grondslag te voorkomen. Voor gebruikte auto’s heeft de wetgever een aparte regeling getroffen. De koper gaf tijdens de procedure aan dat de door hem gekochte auto geen gebruikte auto was.