Geen aftrek voorbelasting voor ter beschikking gestelde apparatuur
Een groothandel in grondstoffen voor medicijnen tegen huidziekten werkte nauw samen met een stichting, die als doel had het behandelen van patiënten met chronische huidziekten en allergieën en de exploitatie van medische centra. De stichting vormde een belangrijk indirect afzetkanaal voor de groothandel. De directeur van de groothandel was getrouwd met de bestuurder van de stichting. De groothandel investeerde in medische apparatuur, die door de stichting zonder vergoeding werd gebruikt. De belastingdienst was van mening dat de groothandel op grond van het Besluit Uitsluiting Aftrek geen recht had op aftrek van voorbelasting, omdat zij apparatuur aan de stichting ter beschikking stelde. Hof Arnhem deelde die opvatting. Volgens het Hof stelde de inspecteur terecht dat de apparatuur werd gebruikt voor de behandeling van patiënten van bij de stichting werkzame artsen. Aan het feit, dat indirect het bedrijfsbelang van de groothandel werd gediend kende het Hof geen betekenis toe, omdat dat belang anders was dan het bedrijfsdoel van de stichting.
Een groothandel in grondstoffen voor medicijnen tegen huidziekten werkte nauw samen met een stichting, die als doel had het behandelen van patiënten met chronische huidziekten en allergieën en de exploitatie van medische centra. De stichting vormde een belangrijk indirect afzetkanaal voor de groothandel. De directeur van de groothandel was getrouwd met de bestuurder van de stichting. De groothandel investeerde in medische apparatuur, die door de stichting zonder vergoeding werd gebruikt. De belastingdienst was van mening dat de groothandel op grond van het Besluit Uitsluiting Aftrek geen recht had op aftrek van voorbelasting, omdat zij apparatuur aan de stichting ter beschikking stelde. Hof Arnhem deelde die opvatting. Volgens het Hof stelde de inspecteur terecht dat de apparatuur werd gebruikt voor de behandeling van patiënten van bij de stichting werkzame artsen. Aan het feit, dat indirect het bedrijfsbelang van de groothandel werd gediend kende het Hof geen betekenis toe, omdat dat belang anders was dan het bedrijfsdoel van de stichting.