Geen aftrek voorbelasting voor gemeente met betrekking tot bergbezinkvoorziening
Een gemeente had bij de realisatie van een bestemmingsplan een zogenaamde bergbezinkvoorziening aan laten leggen. Een dergelijke voorziening werkt als een buffer voor het rioleringsstelsel als bij perioden van hevige regenval de afvoercapaciteit wordt overschreden. De gemeente had de omzetbelasting, die voor de aanleg in rekening is gebracht, als voorbelasting verrekend. Dat was tot 1 januari 2003 onder voorwaarden mogelijk. Daarvoor was nodig, dat het ging om gemeenschapsvoorzieningen waarvan de kosten in de grondprijzen waren begrepen en dat de gemeente daarover omzetbelasting berekende. De gemeente kon niet bewijzen, dat de kosten van de voorziening werden gedekt door de verkopen van grond in het bestemmingsplan. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel van de gemeente werd afgewezen. De gemeente kon niet bewijzen dat de belastingdienst in verband met de invoering per 1 januari 2003 van het BTW-compensatiefonds het beleid voerde, dat in dergelijke gevallen de aftrek van omzetbelasting werd toegestaan. Het Hof merkte daarbij op, dat als er al een dergelijk beleid zou zijn, dit alleen betrekking zou hebben op aftrek in 2002 en niet in eerdere jaren.
Een gemeente had bij de realisatie van een bestemmingsplan een zogenaamde bergbezinkvoorziening aan laten leggen. Een dergelijke voorziening werkt als een buffer voor het rioleringsstelsel als bij perioden van hevige regenval de afvoercapaciteit wordt overschreden. De gemeente had de omzetbelasting, die voor de aanleg in rekening is gebracht, als voorbelasting verrekend. Dat was tot 1 januari 2003 onder voorwaarden mogelijk. Daarvoor was nodig, dat het ging om gemeenschapsvoorzieningen waarvan de kosten in de grondprijzen waren begrepen en dat de gemeente daarover omzetbelasting berekende. De gemeente kon niet bewijzen, dat de kosten van de voorziening werden gedekt door de verkopen van grond in het bestemmingsplan. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel van de gemeente werd afgewezen. De gemeente kon niet bewijzen dat de belastingdienst in verband met de invoering per 1 januari 2003 van het BTW-compensatiefonds het beleid voerde, dat in dergelijke gevallen de aftrek van omzetbelasting werd toegestaan. Het Hof merkte daarbij op, dat als er al een dergelijk beleid zou zijn, dit alleen betrekking zou hebben op aftrek in 2002 en niet in eerdere jaren.