Geen aftrek voorbelasting op vliegtuig voor niet-economische activiteit
Hof Amsterdam weigerde de aftrek van omzetbelasting die bij de aanschaf van een aantal vliegtuigen in rekening was gebracht omdat het bedrijf deze vliegtuigen niet gebruikte in het kader van een onderneming. De directeur-grootaandeelhouder van het bedrijf betaalde weliswaar achteraf een vergoeding voor het gebruik van een vliegtuig maar daarbij ging het om toevallige, incidentele terbeschikkingstellingen. Van een reële verhuur of terbeschikkingstelling was volgens het Hof geen sprake. Het bedrijf had aan de belastingdienst meegedeeld van plan te zijn de vliegtuigen te gaan exploiteren, maar had dat voornemen niet met objectieve gegevens onderbouwd. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen deze uitspraak afgewezen.
Hof Amsterdam weigerde de aftrek van omzetbelasting die bij de aanschaf van een aantal vliegtuigen in rekening was gebracht omdat het bedrijf deze vliegtuigen niet gebruikte in het kader van een onderneming. De directeur-grootaandeelhouder van het bedrijf betaalde weliswaar achteraf een vergoeding voor het gebruik van een vliegtuig maar daarbij ging het om toevallige, incidentele terbeschikkingstellingen. Van een reële verhuur of terbeschikkingstelling was volgens het Hof geen sprake. Het bedrijf had aan de belastingdienst meegedeeld van plan te zijn de vliegtuigen te gaan exploiteren, maar had dat voornemen niet met objectieve gegevens onderbouwd. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen deze uitspraak afgewezen.