Geen aftrek onderhoudskosten landgoed
Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad was de intentie van een belastingplichtige ten tijde van de aankoop van een onroerende zaak doorslaggevend om het pand als eigen woning of als beleggingsobject aan te kunnen merken.
De eigenaar van een landgoed in Frankrijk stelde zich op het standpunt dat hij het landgoed in 1999 had gekocht voor permanente verhuur. De gemaakte onderhoudskosten wilde hij in aftrek brengen op zijn inkomen. De belastingdienst weigerde de gevraagde kostenaftrek vanwege eigen gebruik van de woning. De rechtbank vond niet bewezen dat de eigenaar bij de aankoop de intentie had het landgoed uitsluitend voor de verhuur te bestemmen. Er stond vast dat vanaf het jaar 2002 eigen gebruik van het landgoed door de eigenaar had plaatsgevonden. De rechtbank geloofde niet dat dit alleen maar het gevolg was van het gewijzigde fiscale regime van de eigen woning per 1 januari 2001. Gezien de totale investering in het landgoed van ƒ 1,8 miljoen vond de rechtbank niet geloofwaardig dat de aankoop louter als belegging zonder eigen gebruik zou zijn gedaan.
Omdat het landgoed niet uitsluitend voor de verhuur was bestemd moest voor de jaren voor 2001 rekening gehouden worden met het huurwaardeforfait, ook al was het landgoed door een ingrijpende renovatie niet voor bewoning geschikt.
Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad was de intentie van een belastingplichtige ten tijde van de aankoop van een onroerende zaak doorslaggevend om het pand als eigen woning of als beleggingsobject aan te kunnen merken.
De eigenaar van een landgoed in Frankrijk stelde zich op het standpunt dat hij het landgoed in 1999 had gekocht voor permanente verhuur. De gemaakte onderhoudskosten wilde hij in aftrek brengen op zijn inkomen. De belastingdienst weigerde de gevraagde kostenaftrek vanwege eigen gebruik van de woning. De rechtbank vond niet bewezen dat de eigenaar bij de aankoop de intentie had het landgoed uitsluitend voor de verhuur te bestemmen. Er stond vast dat vanaf het jaar 2002 eigen gebruik van het landgoed door de eigenaar had plaatsgevonden. De rechtbank geloofde niet dat dit alleen maar het gevolg was van het gewijzigde fiscale regime van de eigen woning per 1 januari 2001. Gezien de totale investering in het landgoed van ƒ 1,8 miljoen vond de rechtbank niet geloofwaardig dat de aankoop louter als belegging zonder eigen gebruik zou zijn gedaan.
Omdat het landgoed niet uitsluitend voor de verhuur was bestemd moest voor de jaren voor 2001 rekening gehouden worden met het huurwaardeforfait, ook al was het landgoed door een ingrijpende renovatie niet voor bewoning geschikt.