Geen activering voorbehouden pachtrecht dat al is verkocht aan een ander
Wanneer een ondernemer land verkoopt en levert en daarbij van de koper een gebruiksrecht bedingt, mag hij volgens bestaande jurisprudentie het bedrag, dat hij voor het gebruiksrecht heeft betaald, als aanschaffingskosten activeren op zijn balans. Op het gebruiksrecht kan hij afschrijven gedurende de jaren waarin dit recht voor de onderneming nut afwerpt. Het voor het gebruiksrecht opgeofferde bedrag is gelijk aan het verschil tussen de koopsom die de verkoper voor de grond had kunnen krijgen zonder gebruiksrecht en de voor de grond werkelijk verkregen koopsom. Aan Hof Leeuwarden werd de volgende casus voorgelegd. De heer A vormt een maatschap met zijn echtgenote, mevrouw B. A is eigenaar van een stuk grond, dat aan de maatschap wordt verpacht. A verkoopt de grond aan de kinderen onder voorbehoud van een pachtrecht. De maatschap is de feitelijke gebruiker en betaalt ook de pacht. Volgens A en B heeft de maatschap afstand gedaan van haar pachtrecht zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen. Het Hof gaat ervan uit dat de maatschap voor de overdracht van de grond aan de kinderen een pachtrecht had en dat de maatschap na de overdracht in gewijzigde vorm nog steeds een pachtrecht heeft (formeel is de heer A de pachter, maar de pachtsom werd betaald door de maatschap). Het pachtrecht is niet geƫindigd, maar in een andere vorm omgezet. Het Hof kan niet begrijpen, dat de maatschap om niet afstand zou doen van een waardevol pachtrecht. Daaruit volgt, dat A bij de verkoop en overdracht van de grond aan zijn kinderen niet de vrije beschikking had over de grond. Er rustte immers nog steeds een gebruiksrecht ten behoeve van de maatschap op. Daarom kan er geen sprake zijn van activering van een voorbehouden pachtrecht en dus ook niet van afschrijving daarop.
Wanneer een ondernemer land verkoopt en levert en daarbij van de koper een gebruiksrecht bedingt, mag hij volgens bestaande jurisprudentie het bedrag, dat hij voor het gebruiksrecht heeft betaald, als aanschaffingskosten activeren op zijn balans. Op het gebruiksrecht kan hij afschrijven gedurende de jaren waarin dit recht voor de onderneming nut afwerpt. Het voor het gebruiksrecht opgeofferde bedrag is gelijk aan het verschil tussen de koopsom die de verkoper voor de grond had kunnen krijgen zonder gebruiksrecht en de voor de grond werkelijk verkregen koopsom. Aan Hof Leeuwarden werd de volgende casus voorgelegd. De heer A vormt een maatschap met zijn echtgenote, mevrouw B. A is eigenaar van een stuk grond, dat aan de maatschap wordt verpacht. A verkoopt de grond aan de kinderen onder voorbehoud van een pachtrecht. De maatschap is de feitelijke gebruiker en betaalt ook de pacht. Volgens A en B heeft de maatschap afstand gedaan van haar pachtrecht zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen. Het Hof gaat ervan uit dat de maatschap voor de overdracht van de grond aan de kinderen een pachtrecht had en dat de maatschap na de overdracht in gewijzigde vorm nog steeds een pachtrecht heeft (formeel is de heer A de pachter, maar de pachtsom werd betaald door de maatschap). Het pachtrecht is niet geƫindigd, maar in een andere vorm omgezet. Het Hof kan niet begrijpen, dat de maatschap om niet afstand zou doen van een waardevol pachtrecht. Daaruit volgt, dat A bij de verkoop en overdracht van de grond aan zijn kinderen niet de vrije beschikking had over de grond. Er rustte immers nog steeds een gebruiksrecht ten behoeve van de maatschap op. Daarom kan er geen sprake zijn van activering van een voorbehouden pachtrecht en dus ook niet van afschrijving daarop.