Geen aanvullende teruggaaf door niet tijdig bezwaar
Een ondernemer diende bij de inspecteur een verzoek in om ambtshalve teruggaaf van omzetbelasting over de jaren 2000 tot en met 2003. De inspecteur merkte het verzoek aan als een te laat ingediend bezwaarschrift tegen de door de ondernemer gedane aangiften omzetbelasting over deze jaren. Omdat het te laat was ingediend verklaarde hij de ondernemer niet-ontvankelijk. De inspecteur weigerde om ambtshalve aan het verzoek tegemoet te komen.
De rechtbank verklaarde het door de ondernemer ingestelde beroep ongegrond, waarna de ondernemer beroep in cassatie instelde bij de Hoge Raad. De ondernemer meende dat de inspecteur door het EG-recht verplicht was om zijn verzoek om een aanvullende teruggaaf van omzetbelasting te beoordelen alsof het tijdig was ingediend. Dat zou namelijk blijken uit arresten van het Hof van Justitie EG. De ondernemer had aanvankelijk geen bezwaar gemaakt tegen de teruggaafbeschikkingen en dus niet alle mogelijke rechtsmiddelen gebruikt. Uit arresten van het Hof van Justitie EG volgt dan niet dat de inspecteur verplicht was om de verzochte teruggaven te verlenen. De Hoge Raad wees de andersluidende opvatting van de ondernemer af. Een beslissing van de inspecteur op een verzoek om ambtshalve teruggaaf is geen voor bezwaar vatbare beschikking. Een dergelijke beslissing kan niet aan de rechter ter toetsing worden voorgelegd.
Een ondernemer diende bij de inspecteur een verzoek in om ambtshalve teruggaaf van omzetbelasting over de jaren 2000 tot en met 2003. De inspecteur merkte het verzoek aan als een te laat ingediend bezwaarschrift tegen de door de ondernemer gedane aangiften omzetbelasting over deze jaren. Omdat het te laat was ingediend verklaarde hij de ondernemer niet-ontvankelijk. De inspecteur weigerde om ambtshalve aan het verzoek tegemoet te komen.
De rechtbank verklaarde het door de ondernemer ingestelde beroep ongegrond, waarna de ondernemer beroep in cassatie instelde bij de Hoge Raad. De ondernemer meende dat de inspecteur door het EG-recht verplicht was om zijn verzoek om een aanvullende teruggaaf van omzetbelasting te beoordelen alsof het tijdig was ingediend. Dat zou namelijk blijken uit arresten van het Hof van Justitie EG. De ondernemer had aanvankelijk geen bezwaar gemaakt tegen de teruggaafbeschikkingen en dus niet alle mogelijke rechtsmiddelen gebruikt. Uit arresten van het Hof van Justitie EG volgt dan niet dat de inspecteur verplicht was om de verzochte teruggaven te verlenen. De Hoge Raad wees de andersluidende opvatting van de ondernemer af. Een beslissing van de inspecteur op een verzoek om ambtshalve teruggaaf is geen voor bezwaar vatbare beschikking. Een dergelijke beslissing kan niet aan de rechter ter toetsing worden voorgelegd.