Geen aansprakelijkheid omdat fiscus de aansprakelijk gestelde onvoldoende informeerde
Een ondernemer maakte voor zijn bedrijf gebruik van personeel van een ander bedrijf. Dat bedrijf stuurde hem daarvoor facturen met BTW. Het uitlenende bedrijf ging korte tijd later failliet, zonder dat het de in rekening gebrachte BTW had betaald aan de belastingdienst. De inlener van het personeel werd door de belastingdienst aansprakelijk gesteld voor de omzetbelasting over de bij hem gerealiseerde omzet van de failliet en voor de loonbelasting over het aan het personeel betaalde loon. Het ging om een bedrag van ƒ 26.800 aan omzetbelasting en ƒ 24.384 aan loonbelasting. Hof Arnhem was van oordeel, dat de inspecteur aan de inlener meer informatie over de naheffingsaanslagen had moeten verstrekken. Het ging immers om aan een derde opgelegde aanslagen waarvoor de inlener aansprakelijk gesteld was, terwijl hij niet beschikte over de voor de belastingheffing van die derde relevante gegevens. De Inspecteur heeft slechts gesteld dat in 1998 een bedrag van ƒ 153.153 aan de inlener in rekening is gebracht en dat daaraan een bedrag van ƒ 26.800 omzetbelasting valt toe te rekenen. Die stelling heeft hij niet onderbouwd. De aansprakelijkstelling voor de loonbelasting betrof de naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 1998 tot en met 31 juli 1998. Volgens het rapport van het boekenonderzoek bedroeg de niet afgedragen loonbelasting waarvoor de inlener aansprakelijk is gesteld over die periode ƒ 4.613 en niet ƒ 24.384. Het restantbedrag had betrekking op een latere periode. Uit de stukken wordt niet duidelijk waarom de belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting heeft opgelegd over deze periode. Uit het door de inspecteur overgelegde rapport blijkt slechts dat de naheffingaanslag is opgelegd naar aanleiding van een vorige controle. De inspecteur heeft geen gegevens over die controle of over de naheffingsaanslag overgelegd. Naar het oordeel van het Hof is de naheffingsaanslag loonbelasting ten onrechte opgelegd, omdat van de failliet over het jaar 1998 ruim ƒ 80.000 teveel aan loonbelasting is nageheven. De aansprakelijk gestelde ondernemer is volgens het Hof niet voldoende op de hoogte gesteld van de gegevens over de naheffingsaanslagen waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.
Een ondernemer maakte voor zijn bedrijf gebruik van personeel van een ander bedrijf. Dat bedrijf stuurde hem daarvoor facturen met BTW. Het uitlenende bedrijf ging korte tijd later failliet, zonder dat het de in rekening gebrachte BTW had betaald aan de belastingdienst. De inlener van het personeel werd door de belastingdienst aansprakelijk gesteld voor de omzetbelasting over de bij hem gerealiseerde omzet van de failliet en voor de loonbelasting over het aan het personeel betaalde loon. Het ging om een bedrag van ƒ 26.800 aan omzetbelasting en ƒ 24.384 aan loonbelasting. Hof Arnhem was van oordeel, dat de inspecteur aan de inlener meer informatie over de naheffingsaanslagen had moeten verstrekken. Het ging immers om aan een derde opgelegde aanslagen waarvoor de inlener aansprakelijk gesteld was, terwijl hij niet beschikte over de voor de belastingheffing van die derde relevante gegevens. De Inspecteur heeft slechts gesteld dat in 1998 een bedrag van ƒ 153.153 aan de inlener in rekening is gebracht en dat daaraan een bedrag van ƒ 26.800 omzetbelasting valt toe te rekenen. Die stelling heeft hij niet onderbouwd. De aansprakelijkstelling voor de loonbelasting betrof de naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 1998 tot en met 31 juli 1998. Volgens het rapport van het boekenonderzoek bedroeg de niet afgedragen loonbelasting waarvoor de inlener aansprakelijk is gesteld over die periode ƒ 4.613 en niet ƒ 24.384. Het restantbedrag had betrekking op een latere periode. Uit de stukken wordt niet duidelijk waarom de belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting heeft opgelegd over deze periode. Uit het door de inspecteur overgelegde rapport blijkt slechts dat de naheffingaanslag is opgelegd naar aanleiding van een vorige controle. De inspecteur heeft geen gegevens over die controle of over de naheffingsaanslag overgelegd. Naar het oordeel van het Hof is de naheffingsaanslag loonbelasting ten onrechte opgelegd, omdat van de failliet over het jaar 1998 ruim ƒ 80.000 teveel aan loonbelasting is nageheven. De aansprakelijk gestelde ondernemer is volgens het Hof niet voldoende op de hoogte gesteld van de gegevens over de naheffingsaanslagen waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.