Geen aanleiding melding betalingsonmacht

Wanneer een vennootschap niet in staat is om aan haar belastingverplichtingen te voldoem moet aan de belastingdienst een melding van betalingsonmacht worden gedaan. Als dat niet wordt gedaan, dan geldt het wettelijk vermoeden dat de niet-betaling aan de bestuurder van de vennootschap is te wijten en is de bestuurder aansprakelijk voor de belastingschuld. Alleen als de bestuurder aannemelijk maakt dat het niet doen van de melding niet aan hem te wijten is, krijgt hij de gelegenheid om het hiervoor genoemde wettelijke vermoeden te weerleggen. De belastingdienst stelde een voormalige directeur van een vennootschap aansprakelijk voor naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting. In verband met het indienen van bezwaarschriften werd uitstel van betaling verleend. Ruim voor het aflopen van het uitstel van betaling was de dienstbetrekking van de directeur beƫindigd. Ten tijde van zijn directeurschap had de vennootschap voldoende middelen om de belasting te betalen en was er geen reden voor een melding van betalingsonmacht. Volgens de rechtbank Haarlem ontstond pas op zijn vroegst twee weken na afloop van het uitstel van betaling de noodzaak tot het doen van een melding betalingsonmacht. Daarom kon het de directeur niet verweten worden dat er geen melding van betalingsonmacht was gedaan en mocht hij proberen het vermoeden te weerleggen dat niet-betaling van de naheffingsaanslag aan hem te wijten was. De directeur slaagde daarin door te stellen dat hij zich als een goed bestuurder had gedragen. Er was geen enkel argument voor de stelling van de belastingdienst dat de directeur zich als een onbehoorlijk bestuurder had gedragen.
Wanneer een vennootschap niet in staat is om aan haar belastingverplichtingen te voldoem moet aan de belastingdienst een melding van betalingsonmacht worden gedaan. Als dat niet wordt gedaan, dan geldt het wettelijk vermoeden dat de niet-betaling aan de bestuurder van de vennootschap is te wijten en is de bestuurder aansprakelijk voor de belastingschuld. Alleen als de bestuurder aannemelijk maakt dat het niet doen van de melding niet aan hem te wijten is, krijgt hij de gelegenheid om het hiervoor genoemde wettelijke vermoeden te weerleggen.
De belastingdienst stelde een voormalige directeur van een vennootschap aansprakelijk voor naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting. In verband met het indienen van bezwaarschriften werd uitstel van betaling verleend. Ruim voor het aflopen van het uitstel van betaling was de dienstbetrekking van de directeur beƫindigd. Ten tijde van zijn directeurschap had de vennootschap voldoende middelen om de belasting te betalen en was er geen reden voor een melding van betalingsonmacht. Volgens de rechtbank Haarlem ontstond pas op zijn vroegst twee weken na afloop van het uitstel van betaling de noodzaak tot het doen van een melding betalingsonmacht.
Daarom kon het de directeur niet verweten worden dat er geen melding van betalingsonmacht was gedaan en mocht hij proberen het vermoeden te weerleggen dat niet-betaling van de naheffingsaanslag aan hem te wijten was. De directeur slaagde daarin door te stellen dat hij zich als een goed bestuurder had gedragen. Er was geen enkel argument voor de stelling van de belastingdienst dat de directeur zich als een onbehoorlijk bestuurder had gedragen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u