Geen 30%-regeling voor voetballer in eerste divisie

Een buitenlandse beroepsvoetballer maakte sinds hij in 1996 in Nederland werkzaam was voor een eredivisieclub gebruik van de 30%-regeling (destijds nog de 35%-regeling). Deze regeling heeft een looptijd van maximaal 10 jaar en kon door de profvoetballer tot uiterlijk 1 juli 2006 worden toegepast. De dienstbetrekking met de eredivisieclub werd per 30 juni 2003 beƫindigd. Per 1 juli 2003 werkte hij op een jaarcontract voor een voetbalclub uit de eerste divisie. Zijn beloning was aanmerkelijk lager dan voorheen. Bij verandering van werkgever gedurende de looptijd van de 30%-regeling moet door de nieuwe werkgever en de werknemer een verzoek worden ingediend om voortzetting van de regeling gedurende de resterende looptijd. Tussen beide dienstbetrekkingen mag niet meer dan drie maanden verstrijken. Er moet opnieuw aannemelijk worden gemaakt dat de werknemer voldoet aan de criteria voor toepassing van de regeling. Partijen verschilden van mening of de voetballer in kwestie op 1 juli 2003 beschikte over de vereiste schaarse specifieke deskundigheid. De belastingdienst beoordeelt die deskundigheid bij voetballers aan de hand van de inkomenstoets van het CWI ter verkrijging van een tewerkstellingsvergunning. Voldoet een voetballer aan de inkomenstoets dan wordt op verzoek de bewijsregel toegepast. In andere gevallen is de belastingdienst van mening dat de voetballer niet beschikt over de vereiste deskundigheid. In het seizoen 2003/2004 ontving de voetballer een beloning die lager was dan het voor dat seizoen geldende marktconforme salaris. Hof Den Haag was van oordeel dat de voetballer voor zijn club een waardevolle werknemer was, maar dat hij niet voorzag in een schaarste. Er bestond in Nederland geen schaarste aan beroepsvoetballers die dezelfde werkzaamheden op een vergelijkbaar niveau konden verrichten. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Hof afgewezen.
Een buitenlandse beroepsvoetballer maakte sinds hij in 1996 in Nederland werkzaam was voor een eredivisieclub gebruik van de 30%-regeling (destijds nog de 35%-regeling). Deze regeling heeft een looptijd van maximaal 10 jaar en kon door de profvoetballer tot uiterlijk 1 juli 2006 worden toegepast. De dienstbetrekking met de eredivisieclub werd per 30 juni 2003 beƫindigd. Per 1 juli 2003 werkte hij op een jaarcontract voor een voetbalclub uit de eerste divisie. Zijn beloning was aanmerkelijk lager dan voorheen. Bij verandering van werkgever gedurende de looptijd van de 30%-regeling moet door de nieuwe werkgever en de werknemer een verzoek worden ingediend om voortzetting van de regeling gedurende de resterende looptijd. Tussen beide dienstbetrekkingen mag niet meer dan drie maanden verstrijken. Er moet opnieuw aannemelijk worden gemaakt dat de werknemer voldoet aan de criteria voor toepassing van de regeling.
Partijen verschilden van mening of de voetballer in kwestie op 1 juli 2003 beschikte over de vereiste schaarse specifieke deskundigheid. De belastingdienst beoordeelt die deskundigheid bij voetballers aan de hand van de inkomenstoets van het CWI ter verkrijging van een tewerkstellingsvergunning. Voldoet een voetballer aan de inkomenstoets dan wordt op verzoek de bewijsregel toegepast. In andere gevallen is de belastingdienst van mening dat de voetballer niet beschikt over de vereiste deskundigheid.
In het seizoen 2003/2004 ontving de voetballer een beloning die lager was dan het voor dat seizoen geldende marktconforme salaris. Hof Den Haag was van oordeel dat de voetballer voor zijn club een waardevolle werknemer was, maar dat hij niet voorzag in een schaarste. Er bestond in Nederland geen schaarste aan beroepsvoetballers die dezelfde werkzaamheden op een vergelijkbaar niveau konden verrichten. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Hof afgewezen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u