
Om een einde te maken aan een verschil van opvatting kunnen een belastingplichtige en de belastingdienst een vaststellingsovereenkomst sluiten. In deze overeenkomst leggen partijen vast wat tussen hen rechtens geldt. Een vaststellingsovereenkomst kan zowel betrekking hebben op de feiten als op de toepassing van het recht. De inhoud van de afspraken in een vaststellingsovereenkomst mag zelfs afwijken van de wet, tenzij dat zozeer in strijd is met de wettelijke regeling dat partijen niet op nakoming daarvan mochten rekenen.
In een procedure was de vraag of een vaststellingsovereenkomst niet zozeer in strijd was met de wettelijke regeling dat de inspecteur de belastingplichtige daar niet aan mocht houden. De vaststellingsovereenkomst bevatte een afspraak over de toepassing van de landbouwvrijstelling op een in de toekomst te ontvangen aanvullende betaling per m2 verkochte grond. De belastingplichtige wilde de landbouwvrijstelling toepassen op een bedrag van ƒ 11 per m2. De belastingdienst ging uit van een bedrag van ƒ 3 per m2. Volgens Hof Den Haag hadden partijen in de vaststellingsovereenkomst geregeld dat de landbouwvrijstelling voor wat betreft de tweede termijn zou worden toegepast op een bedrag van ƒ 3 per m2. In navolging van het hof vond de Hoge Raad dat de inspecteur mocht rekenen op volledige nakoming van de vaststellingsovereenkomst door de belastingplichtige.